De wereld van verschil is in de praktijk niet zo groot. Lessen uit Overvecht


Zie het originele artikel op de website van het Kennisplatform Integratie & Samenleving

Laat voor- en tegenstanders rondom maatschappelijke kwesties met elkaar in gesprek gaan. Wat blijkt? De ‘wereld van verschil’ is in de praktijk lang zo groot niet. Maar het beeld van twee uitersten die tegenover elkaar staan, is hardnekkig. En dit versterkt juist de polarisatie doordat mensen in het ‘midden’ zich door media en politiek onder druk gezet voelen om een kant te kiezen.

Dit blijkt uit het nieuw onderzoek Verdeeldheid en verbinding van het Sociaal Cultuur Planbureau (SCP). In dit rapport wordt de civil society rondom vluchtelingen in beeld gebracht; de initiatieven en organisaties die mensen vrijwillig vormen. Het domein van professionele organisaties en burgerinitiatieven blijkt pluriformer en kritischer dan, in het debat over de participatiesamenleving en daarbij braver wordende actieve burgers, wordt aangenomen.

Extreme beelden overheersen

Mensen die zich tegen het azc keerden, waren niet per definitie ook tegen vluchtelingen

Het onderzoek laat zien hoe landelijke organisaties de afgelopen decennia het beleid rondom vluchtelingen beïnvloeden. Daarnaast worden de voor- en tegenstanders in de Utrechtse wijk Overvecht, waar de gemoederen rondom de komst van een asielzoekerscentrum in 2016 hoog opliepen, in beeld gebracht. Het was de tijd dat het aantal asielaanvragen in Nederland snel steeg en een groeiend aantal mensen zich zorgen maakte over de instroom. ‘Opvallend vond ik dat de mensen in Utrecht die zich inzetten voor vluchtelingen en de tegenstanders in Overvecht elkaar niet kenden, ze kwamen elkaar nauwelijks tegen’, zegt SCP-onderzoeker Wouter Mensink. ‘Met als gevolg dat alleen de extreme beelden van de voor- en tegenstanders overheersen.’ Een respondent stelt in het rapport dat als die de krant niet zou lezen, ‘dan zou ik echt denken dat de wereld alleen maar uit heel lieve betrokken mensen bestaat’.

Het onderzoek laat zien dat de mensen in Overvecht die zich tegen het asielzoekerscentrum keerden, niet per definitie ook tegen vluchtelingen zijn. ‘Ze maakten zich vooral zorgen over de wijk.’ Voor sommige wijkbewoners, die zich al langer druk maakten over de problemen van Overvecht, was de aangekondigde komst van de asielopvang de bekende druppel. Waarom moet de opvang nou net hier komen?, was destijds een veelgehoorde vraag.

In gesprek

Overvecht laat volgens Mensink zien hoe belangrijk het is dat de voor-en tegenstanders rondom maatschappelijke kwesties met elkaar in gesprek gaan en naar elkaars opvattingen luisteren. De ‘wereld van verschil’ blijkt dan lang niet zo groot. ‘Zeker door die grote aandacht in de media voor de uitersten, voor gewelddadige protesten zoals destijds in Geldermalsen, komt de middengroep te weinig aan bod’, aldus Mensink.

Nuance

De aandacht voor het genuanceerde midden groeit al langer. Het Continu Onderzoek Burgerperspectieven van het SCP liet al eerder zien dat er een grote middengroep is die worstelt met hun opvattingen over vluchtelingen en veel minder zwart-wit denkt dan vaak wordt aangenomen. Ook uit het KIS-rapport Bezorgdheid en Veerkracht, blijkt dat Nederlanders veel genuanceerder over de multiculturele samenleving denken dan dat het gepolariseerde debat laat zien.

KIS-onderzoeker Ron van Wonderen ziet de overeenkomsten met de bevindingen van het SCP. ‘Het SCP heeft de casus in Overvecht goed ontrafeld en beargumenteert dat je voor- én tegenstanders als onderdeel van de civil society moet zien. Tegenstanders worden er toch vaak buitengeplaatst en het gevolg daarvan kan juist polarisatie zijn. Terwijl uit het onderzoek blijkt dat de Overvechters, die tegen de komst van de opvang waren, eigenlijk het beste voor hadden met de wijk.’

‘Polarisatie wordt versterkt doordat mensen in het ‘midden’ zich door media en politiek onder druk gezet voelen om een kant te kiezen’

De vraag dringt zich op of de polarisatie eigenlijk alleen op papier bestaat. Dat is niet het geval, stellen beide onderzoekers. Van Wonderen: ‘De polarisatie is reëel omdat dit gepolariseerde debat wel degelijk gevoerd wordt in de media, in de politiek. Er zijn ook daadwerkelijk extreme groepen, gewelddadige incidenten. En er is ook polarisatie omdat het middenveld het gevoel heeft een kant te moeten kiezen. Dat kwam ook in het KIS-onderzoek sterk naar voren.’

Volgens Mensink is er inderdaad sprake van een zelfversterkend mechanisme. ‘Als je voortdurend leest over voor- en tegenstanders dan ga je zelf ook in dat soort termen denken. Dat viel me ook in de interviews op. Mensen die ik sprak hadden het dan over ‘gescheiden werelden’, over een schisma in de samenleving, om zichzelf later weer te corrigeren. Het is helemaal niet goed in dit soort termen te spreken, zeiden ze dan.’

Nieuwe podia

Volgens de onderzoeker moeten maatschappelijke organisaties en overheden op zoek naar nieuwe podia om voor- en tegenstanders bijeen te brengen. ‘Dat is wel een van de lessen van Overvecht. In Utrecht is er een aardig burgerinitiatief, het Stadspodium, waarbij voor- en tegenstanders in een boksring worden geplaatst. Maar voor de initiatiefnemers was het vaak ook lastig om de ‘gematigde stem’ te laten horen. Het is de vraag of je dus met debatavonden iedereen bereikt. Er moeten echt nieuwe podia gevormd worden.’

Mensink wijst op een initiatief van de Duitse krant Zeit. ‘Deze krant is met het project Deutschland spricht gestart, waarin zeshonderd mensen met verschillende meningen aan elkaar werden gekoppeld voor een ontmoeting, voor een bak koffie. Dat is heel aardig en zoiets zou je ook in Nederland kunnen doen.’

Win-win

Volgens KIS-onderzoeker Van Wonderen is ook de benadering van de lokale overheid van groot belang. ‘De kracht om voor- en tegenstanders te verbinden zit hem er in dat iedereen er beter van wordt. Hebben we er allemaal wat aan? Dat moet de insteek zijn. In Overvecht is bij de komst van het azc tegelijkertijd ook in de wijk geïnvesteerd [Plan Einstein, Movisie ging eerder op bezoek bij deze opvanglocatie én woonproject, red]. Cursussen voor asielzoekers werden bijvoorbeeld opengesteld voor deelname door jongeren uit de buurt. Dat is een win-winsituatie: buurtbewoners en asielzoekers maken kennis met elkaar en bij buurtbewoners wordt tevens het gevoel weggenomen dat alles maar in Overvecht wordt gedumpt.’ Voor Van Wonderen is Plan Einstein in Overvecht een goed voorbeeld voor andere gemeenten. ‘In Utrecht zijn ze er toch in geslaagd om het midden te bereiken.’

 

Advertisements

Botsingen over vluchtelingen: ook dát is de civil society


Artikel gepubliceerd op de website SocialeVraagstukken.nl
Onderzoek naar de rol van de civil society bij de komst van vluchtelingen geeft een heel ander beeld van de participatiesamenleving dan we gewend zijn. Het schuurt meer, al blijkt dialoog ook mogelijk. Dat blijkt uit een vandaag verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Veel studies over de participatiesamenleving wekken het beeld van groepen burgers die samen blijmoedig aan hun buurt sleutelen, vaak met een steuntje in de rug van de overheid. Het is het beeld van eenvormigheid en eensgezindheid, zowel tussen burgers onderling, als tussen burgers en overheid. Maar als we de participatiesamenleving zien als onderdeel van de civil society – het ‘domein waarin vrijwillige associaties dominant zijn’ (Dekker 2002: 15) – dan hoort daar ook pluraliteit bij en een kritische blik op elkaar, en op de overheid.

Om te onderzoeken of dat bredere beeld van de civil society nog accuraat is, keken we naar de inspanningen rondom vluchtelingen. Daar zagen we namelijk een veelheid aan opinies en voorbeelden van onenigheid met de overheid. We hielden 32 interviews om inzicht te geven in drie casussen: 1. Pogingen om het landelijke asiel- en integratiebeleid te beïnvloeden, 2. Initiatieven om vluchtelingen te ondersteunen in Utrecht en 3. Verzet tegen een aangekondigd asielzoekerscentrum in de Utrechtse wijk Overvecht.

In al deze casussen wilden we weten hoe de civil society omgaat met pluraliteit van opvattingen tussen maatschappelijke organisaties.

Beleidsbeïnvloeding: een taakverdeling

We spraken met Amnesty International, Kerk in Actie, Vluchtelingenwerk, het Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt, het No Border Network en INLIA. Een eerste bevinding is dat deze organisaties grofweg sinds de eeuwwisseling steeds vaker samen optrekken om met grote coalities hun doelen na te streven: een pardonregeling, kinderpardon, stoppen van detentie van kinderen, verzet tegen strafbaarstelling van illegaliteit, behoud van gratis inburgering en subsidie voor maatschappelijke begeleiding, enzovoort. Ze waren hierin vaak succesvol.

Dit duidt op een behoorlijke mate van eensgezindheid. Toch zijn dit soort organisaties het lang niet altijd eens, bijvoorbeeld over de inzet voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

Vluchtelingenwerk richt zich voornamelijk op asielzoekers in procedure en op statushouders. Dat is soms teleurstellend voor organisaties die zich richten op migranten zonder papieren, zoals het Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt, INLIA en het No Border Network. Het beeld bestaat dat er organisaties zijn die een meer radicaal standpunt zouden wensen. Daar staat tegenover dat veel van de mensen die we spraken er ook wel begrip voor hebben dat verschillende organisaties zich op verschillende doelgroepen richten.

Er kan dus sprake zijn van taakverdeling. Bovendien, ‘je hebt mensen nodig die gematigder en radicaler zijn om elkaar in evenwicht te houden,’ zoals een van onze respondenten benadrukte.

Informele initiatieven en professionele organisaties

We spraken ten tweede ook met acht Utrechtse initiatieven, waarvan een aantal startte toen er in 2015 en 2016 grotere groepen vluchtelingen naar Nederland kwamen. Net als bij de organisaties die zich richten op beleidsbeïnvloeding, zagen we heel veel voorbeelden van samenwerking. Men stemt het aanbod op elkaar af en verwijst vluchtelingen naar elkaars activiteiten door.

Ook zochten initiatieven als Welkom in Utrecht soms de samenwerking met het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en Vluchtelingenwerk. Ze wilden vrijwilligersdiensten bieden in asielzoekerscentra (AZCs). Die samenwerking liep aanvankelijk stroef, en de wereld van informele initiatieven leek een hele andere dan die van grote, professionele organisaties. Mensen die cupcakes of speelgoed kwamen brengen hadden bijvoorbeeld niet gerekend op stevige eisen over voedselveiligheid en hygiëne.

Ook voor studenten van een kappersopleiding was het even slikken toen ze asielzoekers wilden komen knippen. Ze moest zich allemaal een voor een intekenen bij de balie van het AZC. Gaandeweg bleek de samenwerking tussen het COA en vrijwilligers ‘van buiten’ echter steeds beter te lopen. Ondertussen heeft het initiatief Welkom in Utrecht een kantoor in het AZC in de wijk Overvecht.

Verzet tegen AZC’s: onvrede over de wijk

We spraken tenslotte met mensen van de gemeente, met Pegida Nederland, en met vijf Utrechtse groepen die zich mengden in de discussie over het AZC in Overvecht.

Eerder opinieonderzoek (Den Ridder et al. 2016) liet al zien dat opvattingen over asielopvang minder gepolariseerd zijn dan we misschien zouden denken op basis van het nieuws in 2015 en 2016. In de dagelijkse praktijk is dat echter niet goed zichtbaar.

Vertegenwoordigers van initiatieven die vluchtelingen ondersteunen zeiden dat ze nagenoeg geen contact hebben met groepen die zich verzetten tegen het asielzoekerscentrum in Overvecht. Een van hen zei: ‘Als ik de krant niet zou lezen, zou ik echt denken dat de wereld alleen maar uit hele lieve betrokken mensen bestaat’.

Initiatiefnemers spreken dus weinig met mensen die het AZC uit hun wijk wilden mijden. Ze hadden er logischerwijs dan ook weinig zicht op dat die mensen dat voor een belangrijk deel deden om hun onvrede te uiten over gebrekkige aandacht voor andere problemen die spelen in hun wijk. Mensen die zich verzetten tegen het AZC voelen zich regelmatig onveilig, ze zien voorzieningen uit de wijk verdwijnen en hebben het idee dat alles wat gevoelig ligt in Utrecht in hun wijk terechtkomt. De komst van een AZC was de spreekwoordelijke druppel.

Omdat er vaak van alles schuil gaat achter een tegenstem is het volgens de mensen die we spraken onhandig om het te hebben over ‘tegenstanders’ van vluchtelingen. Dit draagt bij aan verkeerde beeldvorming, en werkt polarisatie in de hand. Door gebrekkig contact tussen groepen met verschillende opvattingen is er weinig inlevingsvermogen en weinig bekendheid met elkaars positie.

We zien alleen de extreme opvattingen op televisie, bijvoorbeeld van mensen die vuurwerkbommen gooiden bij protesten in Geldermalsen. De gematigde tegenstem, bijvoorbeeld van een groep Utrechtenaren die zich organiseren met petities en inspreekacties, sneeuwt onder.

Podia voor dialoog nodig

Hoewel alle betrokken partijen van mening zijn dat dialoog van belang is, zijn er andere podia nodig om de verschillende opvattingen beter met elkaar in contact te brengen. Maatschappelijke organisaties hebben daarin een belangrijke rol. Het initiatief StadsPodium Utrecht probeert bijvoorbeeld mensen met verschillende opvattingen over maatschappelijke kwesties bij elkaar in debat te brengen in een boksring.

Een ander voorbeeld: de Duitse krant Zeit is recent gestart met het project ‘Deutschland spricht’. Daarin werden uiteindelijk 600 personen die elkaar nog nooit eerder hadden ontmoet aan elkaar gekoppeld voor één-op-één-ontmoetingen.

Sociologie magazine: Surplace, bewegingen die hun plek opeisen


Dit artikel verscheen eind vorig jaar in Sociologie Magazine

Sander Mensink & Wouter Mensink

#

occupywallstreet begon als een tentenkamp in het kloppend hart van de mondiale financiële markt. De kampeerders hadden maar één eis: bezet de straat, en neem een tent mee! Aan de bankiers hadden ze geen boodschap, en ook de overheid werd om niets gevraagd. Om dat gebrek aan eisen zijn ze vaak verguisd. De beweging zou een tandeloze tijger zijn. Kijk toch hoe dat in de jaren 60 ging!, was een veelgehoorde reactie.

De ‘nieuwste’ sociale bewegingen zijn eigenlijk geen bewegingen. Ze claimen juist een stabiele plek, om van daaruit verder te bouwen. Dat principe is breder verspreid dan alleen in activistische kringen: ook bij burgerinitiatieven in de participatiesamenleving zijn ze te herkennen.

De term ‘sociale beweging‘ stamt waarschijnlijk uit 1848. Hij werd gebruikt om de politieke activiteiten van socialistische groeperingen te beschrijven. ‘Beweging’ was voor socialisten noodzakelijkerwijs nog in de richting van een heilstaat. Marx zag een historische wetmatigheid in de ontwikkeling van feodale samenlevingen, via bourgeois samenlevingen naar een klasseloze maatschappij (het historisch materialisme).

Alternatief model

In de jaren 60 verloor dat idee van historische wetmatigheid de geloofwaardigheid. De hardhandige onderdrukking van de Hongaarse revolutie van 1956 vernietigde het laatste restje hoop dat de Sovjetunie een voortrekkersrol had richting een eerlijkere samenleving. Tegelijkertijd had de materiële welvaart en de opkomst van verzorgingsstaten in veel westerse landen een belangrijk deel van het raison d’ètre van de arbeidersbeweging weggenomen.

Dat wil niet zeggen dat er niets meer was om voor te vechten. De ‘nieuwe sociale bewegingen’ uit die tijd richtten zich op post-materiële thema’s: mensenrechten, milieu, identiteit, gender en cultuur. In tegenstelling tot eerdere bewegingen geloofden ze niet in een noodzakelijk eindstation van de beweging. Wel bewogen ze in de richting van nieuwe samenlevingstypes die ze hoopten te verzwezenlijken. Dat ging nog altijd vaak gepaard met een aanklacht richting overheden en grote bedrijven: Speak truth to power! Stick it to the Man!

De afgelopen jaren spreken we van nieuwste sociale bewegingen: de Arabische lente, de protesten van Spaanse indignados en Occupy. Deze protesten hebben een aantal zaken gemeen, ten eerste wat betreft de bezetting van publieke ruimtes. Denk aan Tahrir plein in Caïro, Puerta del Sol in Madrid, en Zuccotti Park in New York. ‘Bewegen’ in protestmarsen maakte plaats voor ‘bezetting’, en dus stilstaan.

Ten tweede ging het vaak niet (alleen) om een eisenlijstje aan een overheid. Er lag geen vergezicht in het verschiet. Het ging om een alternatief model in het hier en nu, en om wat de gemeenschap zelf kan doen. De poster van Occupy illustreert dat. Occupy stelde: ‘Wij zijn niet die kleine mondiale elite die zich goed staande kan houden in de flexibele wereld van vandaag. Wij zijn de 99%, en willen een plek in die wereld. En zo nodig bezetten we die en richten het in naar ons ideaal.’

Vloeibaar tijdperk

De spanning tussen de flexibiliteit van mondiale elites en de claim van een vaste plek door grote groepen mensen is nergens zo duidelijk aanwezig als in het werk van de onlangs overleden Poolse socioloog Zygmunt Bauman. Bauman stelt dat we sinds de val van het IJzeren Gordijn leven in een ‘vloeibaar’ tijdperk. Het tijdperk daarvoor kende veel meer ‘vastigheid’. Dat zat hem onder ander in grote verhalen als het historisch materialisme, in structurerende instituties als de natiestaat, het huwelijk en de familie. Hij bedoelt niet dat deze ooit zo solide instituties compleet verdwenen zijn. Eerder bevinden ze zich in een staat van ‘vervloeiing’, zoals chocolade wanneer je het verwarmt. Grenzen tussen landen en markten, en tussen stad en platteland zijn steeds vloeibaarder. Liefde op sociale media is steeds meer flexibel.

Een van de centrale vragen die Bauman zich stelt is: waar huist macht in zo’n vloeibare samenleving? Hij concludeert dat machtigen ooit moesten excelleren in zichzelf vastmaken – zoals een adellijke heer in zijn kasteel. Tegenwoordig betekent macht: jezelf ongebonden maken, terwijl je probeert anderen vast te maken, of op zijn minst controle houdt over hun flexibiliteit. Slechts weinigen slagen hier echt in – de CEO’s van deze wereld, hogeropgeleiden, kapitaalkrachtigen. Grote groepen zitten permanent vast in een wereld van armoede en afhankelijkheid en kunnen überhaupt niet bewegen. Een nog grotere groep wellicht – Bauman noemt ze vagabonds – probeert mee te komen in het nieuwe systeem, maar blijft maar hollen om te ontkomen aan armoede en oorlog of op zoek naar werk. Deze groep vormt voor Bauman dan ook ietwat cynisch een collateral damage van de vloeibare samenleving en ligt dicht aan tegen de 99% waarover Occupy sprak.

Wanneer we terugkeren naar de nieuwste sociale bewegingen, leert het werk van Bauman ons dat ze op zijn minst een ambigue relatie hebben met het belang van ‘’beweging’’. Waar de vloeibare samenleving flexibiliteit eist, lijken zij in hun acties juist sterk gebonden aan een eigen vaste plek. In plaats van zich ‘vast te laten maken’ door elites, (her)maken zij hun eigen plekken in die losgeslagen vloeibare wereld, een proces dat door stadssociologen zo mooi placemaking wordt genoemd. Paradoxaal genoeg doen zij dit vaak met hyperflexibele middelen, zoals Twitter en Facebook.

Lekkend asielbeleid

Een mooi voorbeeld van die nieuwste sociale bewegingen is de opkomst van activistische collectieven van ongedocumenteerden en hun supporters. In de laatste maanden van 2012 zagen we in verschillende Europese steden (onder meer in Berlijn, Wenen, Hamburg en Amsterdam) verassend gelijkende fenomenen plaatsvinden: groepen uitgeprocedeerde asielzoekers die met de hulp van een vaak bonte verzameling supporters (publieke) ruimtes bezetten, inrichten en leefbaar maakten. Hoewel de Sans Papiers-beweging in de jaren 90 van de 20e eeuw al vergelijkbare acties ondernam, was de grote maatschappelijke resonantie, de wijde verspreiding en tegelijk uniforme strategie van deze groepen opvallend. De kern van deze collectieven was zichtbaarheid en aanwezigheid als tegenhangers van soms jarenlange ervaringen van onzichtbaarheid en afwezigheid: ‘Wij zijn hier op deze plek en we laten ons niet langer dwingen weer weg te gaan.’

Het zou te ver gaan om te stellen dat deze collectieven geen eisen hebben aan het adres van de overheid; een doel is vaak een herziening van een lekkend asielbeleid, dat gaten bevat waarin deze mensen ‘verdwijnen’. Tegelijkertijd is het te eenzijdig om alleen te kijken naar een eisenlijstje van deze collectieven. De zichtbaarheid en aanwezigheid van een grote groep die volgens de politiek simpelweg ‘niet bestaat’ is reeds een bewijs van een niet te ontkennen werkelijkheid en daarmee een daad van verzet. Uit onderzoek naar dit soort groepen blijkt dat het stellen van een voorbeeld daarbij vaak een belangrijke drijfveer is. Het gaat dus niet alleen om het probleem aan te kaarten bij de politiek en een vraag om verandering in de toekomst; het activisme is tegelijk een soort performance van een mogelijke oplossing.

In de twee jaar geleden gerealiseerde Vluchtmaat in Amsterdam – een uit de Amsterdamse We Are Here-beweging voortgevloeid initiatief – toverden ongedocumenteerden, kunstenaars en ZZP-ers een oude Bouwmaat samen om tot woonplek, creatieve werkruimte, restaurant en ontmoetingsplek. Dit voorbeeld laat zien dat bij een gebrek aan bereidheid tot beweging van overheden op een thema als asiel, het activisme zeker ook gaat over het direct realiseren van alternatieven. Dat zulke initiatieven daarbij steeds meer uit de radicaal-activistische hoek worden gehaald en zelfs salonfähig worden, bewijst de recente nominatie van de Vluchtmaat voor de Dutch Design Awards. De Jury daarvan stelt:

‘In vijf jaar is deze groep erin geslaagd een penibel tentenkamp te veranderen in een goed functionerend en relevant woonmodel. Het is bijzonder om te zien hoe deze groep zich organiseert, ondanks weerstand en tegenslagen. Een indrukwekkend voorbeeld van een uitermate sterk bottom-up initiatief’.’

Hervonden traditie

De werkwijzen van de nieuwste sociale bewegingen spelen niet alleen in links-activistische kringen. Ze zijn ook te herkennen in leefbaarheidsinitiatieven in krimpdorpen. Zo’n tien jaar geleden leefden wereldwijd voor het eerst meer mensen in steden dan in dorpen. Ook in Nederland moeten we nog altijd rekening houden met een verdere afvloeiing van het platteland naar de stad.

In krimpende dorpen sluit vaak de supermarkt, het postkantoor, het verpleeghuis en de lokale kroeg. Voor een baan moet je als dorpeling steeds vaker de auto in. Bovendien ligt voor langdurig werklozen de vraag op de loer: moet ik niet in de stad gaan wonen? Voor velen zou dat een noodzakelijk kwaad zijn, veel dorpsbewoners willen geen stadsbewoners worden. Dorpelingen blijken namelijk gelukkiger te zijn dan stedelingen. De economie mag dan meer flexibel of vloeibaar worden, mensen willen zich daar niet altijd naar voegen.

Een ander mobiliteitsschrikbeeld is dat mensen op hun oude dag nog het dorp uit moeten om in de grote stad in een verpleeghuis te eindigen. In een interview vertelde een dorpsbewoner: “

Een van de opmerkingen van de zorgaanbieders was: ‘Jullie dorp is te klein, er zijn te weinig zorgvragers.’ Ja, dank je de koekoek: er zijn te weinig zorgvragers, ook omdat jullie ze steeds weghalen uit het dorp. [We bedachten:] wij zouden iets moeten gaan organiseren in het dorp om te bereiken dat mensen langer in het dorp kunnen blijven wonen, want dat is wat ze willen.”

Hierin herkennen we hetzelfde principe als in bewegingen als Occupy en We are here. Het gaat om het herclaimen van een plek, het dorp, om daar zelf iets nieuws op te bouwen. Het eisenlijstje voor de overheid is beperkt, al doen ze vaak wel een subsidieverzoek. Men regelt het zelf, in het hier en nu. Vaak is dat in coöperatieve vorm, naar een hervonden traditie: eind 2016 waren er 170 zorgcoöperaties in Nederland, met een sterke vertegenwoordiging op het platteland in de zuidelijke provincies.

Deze recente bewegingen, of ze nu uit links-activistische hoek stammen of uit conventionele acties van groepjes burgers, kunnen we misschien beschrijven als ‘surplace bewegingen’. Net als in het zaalwielrennen gaat het erom pas op de plaats te maken, alvorens de beweging zich voort kan zetten. Dit is wat acties als Occupy en initiatieven van ongedocumenteerden en bewoners van krimpdorpen gemeen hebben: ze doen aan placemaking, en ze doen dat zelf. Dat velen dat met hen doen, laat zien dat er iets is bereikt.

Literatuur:

Ataç, I. (2016). ‘Refugee Protest Camp Vienna’: making citizens through locations of the protest movement. Citizenship Studies, Vol. 20, No. 5, 629-646

Bauman, Z. (2011). Collateral Damage: Social Inequalities in a Global Age. Polity Press: Cambridge

[1] https://www.dutchdesignawards.nl/nl/gallery/habitat/vluchtmaat/