Interview De Standaard: ‘De wereld verbeter je niet door te shoppen’


Klik hier voor het originele artikel
Wouter Mensink
© Frederik Buyckx

Fair tradekoffie, kleren uit duurzaam katoen en groenten van de biomarkt: van de Nederlandse filosoof Wouter Mensink mag u ze gerust kopen, maar de wereld redt u er niet mee. ‘De consument mag niet de scheidsrechter van het systeem zijn.’

Zijn uitstapjes naar de winkel duren langer dan gemiddeld: zo veel mogelijk fair trade kopen en desnoods drie apps vergelijken om te achterhalen in welke omstandigheden producten gemaakt zijn. De Nederlandse filosoof Wouter Mensink is het prototype van de bewuste consument. Maar of al dat bewust winkelen de wereld ook echt zal verbeteren, daar heeft hij twijfels over. Volgens Mensink wordt de consument te veel ingezet als scheidsrechter, die met zijn aankopen de problemen aan de andere kant van de wereld maar moet oplossen.

‘Maar dat werkt niet’, zegt hij. ‘Een Nederlands onderzoek heeft aangetoond dat slechts vijf procent van de Nederlanders consequent voor duurzame producten kiest. Kijk naar fair tradekoffie, het pioniersproduct van eerlijke handel: na al die jaren wordt nog steeds maar één procent van alle koffie eerlijk verhandeld. Dan kun je je afvragen hoe effectief het is om via consumptie een betere wereld na te streven.’

‘Het verhelderendste vond ik een citaat van (academicus en voedselactivist, red.) Raj Patel: geen ­enkele structurele verandering in ­­de wereld is ooit bereikt door te winkelen.’

Nochtans kopen steeds meer mensen bewust, als verzet tegen het systeem. Maar u ­citeert Slavoj Zizek: mensen die fair trade kopen, zijn eigenlijk de ultieme neoliberalen.

‘Daar begin ik tegenwoordig graag lezingen mee (lacht). Het is wat plagerig, maar er zit een kern van waarheid in. De consumptiemaatschappij draait rond het idee dat kopen de manier is om problemen op te lossen. De individuele consument stuurt de markt wel de juiste richting uit. Maar zo krijgt hij wel heel veel verantwoordelijkheid op zijn schouders. En als ­hij er niet om vraagt, hoeven ­bedrijven ook niet duurzaam te produceren.’

‘Er bestaat van alles om dat systeem mogelijk te maken: labels, apps, tv-programma’s, de consumentenbond. Alles om ervoor te zorgen dat jij met je euro een stem kan uitbrengen en de wereldmarkt een bepaalde kant op stuurt. Ook fair tradebedrijven gaan in hun marketing mee in dat systeem: “met deze aankoop verbetert u het leven van een koffieboer”.’

Te voet door de jungle

Het is toch niet slecht om te willen weten waar een product vandaan komt?

‘Zeker niet, maar zou het niet fijn zijn als je dat niet hoefde te weten? Zo is er een documentaire, Blood in the mobile, waarin een man wil achterhalen of er coltan uit Congolese slavenmijnen in zijn smartphone zit. Hij wordt de ultieme consument en reist naar Congo om het zelf uit te zoeken, met het vliegtuig, de bus, de brommer en uiteindelijk te voet door de jungle. De film heeft iets ironisch in zijn extreme opzet: als je voor alles wat je koopt, moet achterhalen waar het vandaan komt, ben je best wat tijd kwijt. Erover nadenken is goed, maar het zou fijn zijn als je erop kon vertrouwen dat het product sowieso oké is.’

Keurmerken proberen een leidraad te zijn, maar daar hebt u geen hoge pet van op.

‘Het is dubbel, want ik let ook op keurmerken. Maar het is goed om te beseffen dat keurmerken een rol spelen in het systeem waarbij consumenten de scheidsrechter van de wereld moeten zijn. En efficiënt zijn ze alvast niet. Een ambtenaar vertelde me dat er alleen al voor voedsel 79 keurmerken zijn. Dat is toch totaal idioot? Een bedrijf als Hema drukt een groen blaadje op een label, waarop de consument denkt: “aha, ecologisch”. Terwijl het niet meer is dan een blaadje op een label.’

‘Maar ingrijpen doet de overheid niet, want de markt is vrij. Ze hoopt hooguit dat een kritische ngo ons kan vertellen welke keurmerken deugen en welke niet. Een keurmerk voor keurmerken dus. Belachelijk, toch?’

Kortom: de overheid moet ervoor zorgen dat elk product in de rekken een verantwoorde aankoop is?

‘Ze moet daar in elk geval een grotere rol in spelen. Dat kan natuurlijk niet van de ene dag op de andere. Maar ik hoop dat we over dertig jaar terugkijken en zeggen: weet je nog dat je in de supermarkt slaafvrije chocolade kon kopen, naast chocolade die door slaven gemaakt werd? Dat was toch gek?’

En de consument? Die mag stoppen met eerlijk te consumeren?

‘Nee, het is zeker niet de bedoeling dat je gaat achteroverleunen en niets doen. Ik wil niemand vertellen wat hij wel of niet moet doen. Maar als je dan toch bewust koopt, kun je ook eens nadenken welke rol je speelt in dat systeem, welke marketingmechanismen jou sturen en of je geen andere rol kunt opnemen dan alleen maar kopen. Burgers kunnen zich verenigen in netwerken, kunnen druk zetten op de overheid of het bedrijfsleven, het publiek debat voeren over wat we wel en niet in onze winkels willen.’

‘De nadruk van engagement is te veel op consumeren komen te liggen. Ook bij organisaties trouwens. Kijk naar de Wereldwinkels: vaak zijn dat vooral plekken waar je leuke, exotische cadeautjes koopt, in plaats van ruimtes waar je kan bijleren en je aansluiten bij een politieke beweging die druk kan zetten op de overheid.’

Vraagt dat niet net nog meer verantwoordelijkheid van de consument?

‘Niet noodzakelijk. Een groep Amerikaanse studenten kreeg het bijvoorbeeld gedaan dat hun universiteit alleen nog zaken deed met bedrijven die zich aan bepaalde normen hielden. Daardoor hoeven alle andere studenten zich niet langer het hoofd te breken welke producten ze het beste kopen. Niet iedereen hoeft activist te worden, alleen zien we nu vaak nog heel veel mogelijkheden over het hoofd.’

Elitair

Hoe zorg je dat daar meer mensen bij betrokken raken? Initiatieven rond duurzaamheid hebben nog een elitair imago.

‘Klopt, en dat is best lastig. In ­Nederland heb je winkels als Marqt en Ekoplaza, waar veel producten fair trade of duurzaam zijn. Dat is alvast beter dan slaafvrije chocolade naast gewone repen leggen. Maar vaak zijn het ook heel elitaire winkels, waar een bepaald slag hoogopgeleiden loopt waarbij ik me ook niet erg plezierig voel. De breuklijn in de maatschappij loopt al door het onderwijs en de arbeidsmarkt, komen we elkaar nu ook al niet meer tegen bij de boodschappen? Uiteindelijk wil je een gewone winkel waar iedereen binnen kan lopen, elkaar kan ontmoeten en de producten kan betalen.’

‘Toch hoeft duurzaam niet elitair te zijn. Kijk naar Aldi: vorig jaar hadden ze daar fair tradekatoen ingevoerd en dat was blijkbaar in één klap uitverkocht.’

Loopt u zelf met een schuld­gevoel door de winkel?

‘Ja, toch een beetje. Ik drink bijvoorbeeld sojamelk omdat ik ­lactose-intolerant ben, maar de bioversie laat ik staan, want die is twee keer zo duur. Sommige producten kosten meer omdat ze de productiekosten weerspiegelen, maar bij andere is de prijs hoger dan nodig omdat bedrijven denken dat een bepaalde elite het wel zal betalen. Als consument weet ­je niet hoe het zit. En dan voel ik ­me toch een beetje rot bij mijn keuze.’

Advertisements

Interview iFilosofie, digitaal tijdschrift van de Internationale School voor Wijsbegeerte


Hieronder is het interview terug te kijken door iFilosofie, het digitale tijdschrift van de Internationale School Voor Wijsbegeerte. De school bestaat dit jaar 100 jaar. Op 11 september doe ik daar mee aan het duurzaamheidscafé, rondom het thema ‘Hoog tijd voor een autoriteit ethische markten‘.

In het interview ga ik in op mijn boek ‘Kun je een betere wereld kopen? De consument en het fairtrade-complex‘ (Boom, 2015).

Interview Down to Earth Magazine


Kun je een betere wereld kopen? Zo heet het eerste boek van filosoof  Wouter Mensink. We gaan ervan uit dat het een oplossing is voor wereldproblemen om als consument je geld aan de juiste producten uit te geven. Maar Mensink neemt dat niet als vanzelfsprekend aan.

Het is bijvoorbeeld al ondoenlijk om als consument volledig geïnformeerd te zijn over al het lijden op afstand in elk product. Is er misschien een betere manier? Mensink neemt ons mee op reis om te onderzoeken wat de relatie is van de consument met een fairtradeproduct, op welke ideeën die gebaseerd is en wat er gebeurt als je door een andere lens kijkt. Per hoofdstuk geeft hij ons een filosoof als reisleider. Met behulp van denkers als Bruno Latour, Luc Boltanski, John Dewey, Michel Foucault en Peter Sloterdijk vormen zich nieuwe ideeën. Consumentencollectieven, debat in de media, wat betekent het om uitbuiting te zien als iets breders dan waar jijzelf je geld aan uitgeeft? Fair trade, kortom, zegt hij, is geen individuele, maar een publieke zaak.

Druk zetten met consumentencollectieven, is dat geen verkapte manier om de verantwoordelijkheid opnieuw bij de consument te leggen?

“’Collectief’ heeft een beetje een vieze bijsmaak, het is niet hip. En mensen denken aan kleinschalige burgerinitiatieven. Wat je nu ziet met de participatiemaatschappij is dat bottom-up-initiatieven soms ontstaan omdat het moet, want instanties laten het afweten, terwijl als mensen het doen terwijl het niet verplicht is, ze daar heel gelukkig van worden. Er is niets mis met bottom-up-initiatieven. Die zijn erg nodig. Maar dat is niet alleen wat ik met ‘collectieven’ bedoel. Ik heb het net zo goed over afspraken tussen supermarktbesturen. En de overheid is, als het goed is, ook een collectieve afspiegeling van ons allemaal. Alle top-down georganiseerde structuren bestaan uit mensen. Er zijn veel manieren om verantwoordelijkheid te nemen; niet alleen in je rol als consument. Het gaat erom dat de discussie de individuele keuze overstijgt, over het publiek maken van de consequenties van bepaalde keuzes.”

Moeten we fair trade eigenlijk wel willen? Of ben je dan het onduurzame systeem van wereldhandel iets minder slecht aan het maken?

“Als je duurzaam wilt consumeren, zijn er veel dingen die elkaar tegenspreken. Wat vind je belangrijker: ontwikkeling stimuleren in het mondiale Zuiden, of CO2-reductie? Laatst zag ik fair trade sinaasappelsap. Daar was ik even verbaasd over. Wat blijkt: die sinaasappels komen van gecertificeerde plantages in Brazilië en Ghana. Maar is dat dan beter dan ‘gewone’ sinaasappelsap waarvoor het fruit gewoon uit Spanje komt? Wat dat betreft vind ik het jammer dat ik geen hoofdstuk heb geschreven aan de hand van ideeën van Slavoj Žižek, de Sloveense filosoof, die pas in de Westerkerk in Amsterdam optrad. Hij heeft het over wat het betekent om niet mee te doen aan een systeem.

Frambozen in de winter is lang nog heel vreemd geweest, omdat ze hier vandaan komen en hier niet groeien in de winter, maar niemand vindt het raar dat we bananen eten of koffie drinken, terwijl die altíjd van de andere kant van de wereldbol komen. Dat we die dingen zo normaal vinden is onlosmakelijk verbonden met het systeem van wereldhandel. We vergeten dat het in de winter dus niet alleen een keus is tussen foute frambozen en fair trade frambozen, maar tussen frambozen en géén frambozen.”

In je boek stel je dat het stoppen van het aanbod ook de vraag stopt. Zou je collectieven aanraden expres zulke keuzes te elimineren?

“Het is in ieder geval een interessante vraag. Moet er altijd keuzevrijheid zijn? Waarom vindt een Autoriteit Consument en Markt dat mensen recht hebben op een keuze tussen goed en slecht? Maar ik weet ook dat als je die keuze elimineert dat leven dan heel veel duurder wordt en dat is weer een nieuw probleem. Onder het fair trade vraagstuk ligt een enorm ongelijkheidsprobleem; de kosten van internationale handel worden altijd afgewenteld op een partij in het handelssysteem: de producent of de consument.”

Als je andere filosofen had gekozen, was er dan een ander idee boven komen drijven?

“Ja, waarschijnlijk wel. Habermas had voor de hand gelegen, Žižek noemde ik al. Ik was zelf voor dit boek ook niet zozeer geïnteresseerd in de oplossing voor uitbuiting, maar om te onderzoeken hoe je je tot een systeem moet verhouden dat op uitbuiting draait. En wat het zou betekenen als iedereen daarover zou nadenken.”

Doen we dat te weinig?

“Ja, dat doen we toch echt verrassend weinig. Mensen willen graag horen hóe ze iets moeten oplossen, maar eerst is het belangrijk over je rol na te denken. Ik wil mensen stimuleren te reflecteren op wat hun relatie is tot een systeem voor ze het proberen te veranderen.”

Duurzaamheidsweek: Fairtrade Amsterdam, Shop ‘Till They Drop, AmsterdamFM, Mag Het Hicht Aan Festival


Het is een drukke, maar leuke week met veel gelegenheid om over eerlijke handel en duurzaamheid te praten.Een kort overzicht.

16 juni: Fairtrade Amsterdam

De fairtrade gemeenten is een mooi initiatief van ICCO, de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels en Stichting Max Havelaar. Dit is een keurmerk dat aangeeft dat in een gemeente winkels, horeca, bedrijven, organisaties, inwoners en de lokale overheid samenwerken aan meer eerlijke handel. Het Fairtrade Town concept is in 2001 ontstaan, uit een burgerinitiatief in het Noord-Engelse dorpje Garstang. In 2014 waren er wereldwijd ruim 1600. In Nederland zijn er vanaf 2009 54 ontstaan, met Amsterdam als recente toevoeging. Natuurlijk wordt bij lange na niet iedereen in zo’n gemeente bereikt, maar de nadruk op gedeelde verantwoordelijkheid en overleg is een wezenlijke aanvulling op het consumentenmodel. In plaats van een keurmerk dat in dividuen responsibiliseert, probeert het mensen mee te nemen in een publiek ontwikkelingsproces. Ik bespreek de fairtrade gemeenten uitgebreid in mijn boek, en in een recent interview in Trouw.

17 juni: Shop ‘Till They Drop in De Balie

Shop 'till They Drop Ik geef een inleiding bij een programma over onze verantwoordelijkheid voor goede kleding. Ik ga het hebben over de verantwoordelijkheid van de individuele consument, en de grenzen daaraan. Ik geef aan, zoals ik het mij boek ook doe, hoe we van duurzaamheid een ‘publiek probleem’ kunnen maken, in plaats van een individueel probleem. Andere sprekers zijn: Marieke Eyskoot (sustainability expert en eigenaar van expertisebureau Talking Dress),  TINKEBELL.  (kunstenaar en schrijver), Bert van Son (eigenaar Mud Jeans en initiatiefnemer van Lease a Jeans) en Anke Bakker (medewerker verkoop en pr Nukuhiva Amsterdam). Daarnaast zal Aynouk Tan (journalist, docent en art director) deze avond laten zien hoe zij met deze vraagstukken omgaat. Andrea van Pol zal het programma modereren.

19 juni: Interview op AmsterdamFM

AmsterdamFMIk word geïnterviewd samen met Fanny de Groot van het Mag het Licht Aan Festival, waarover hieronder meer. Het valt vanaf 1600 te beluisteren op 106.8 (ether) en 103.3 (kabel). Eerder werd ook al Marli Huijer, de nieuwe Denker des Vaderlands geïnterviewd, die ook op het festival zal zijn.

21 juni: Mag het Licht Aan Festival

‘Hèt festival voor idealisten en wereldverbeteraars. Op 21 juni, de langste en lichtste dag van het jaar, denken, doen en dagdromen we samen over de duurzame mens en samenleving. Met inspirerende filosofie, geestverruimende gesprekken, exposities, (h)eerlijk eten, meeslepend theater en vernieuwende muziek’. Ik doe samen met Reine Rek een boodschappenmand check. Maar ja, wat moet je nu precies zeggen over dingen die je in je mandje hebt? Moeten we samen gaan beoordelen welk product beter is dan een ander? Of is de vraag meer wat je als consument überhaupt met dat soort beoordelingen aan moet? Kan de consument eigenlijk wel beoordelen wat hij wel of niet moet kopen? Of moet het mandje gewoon met inhoud en al het nabijgelegen IJ in?

Fairtrade is geen individueel, maar een publiek probleem, interview Trouw 11 april 2015


Co Welgraven − 12/04/15, 13:21, Lees op Trouw.nl
© Patrick Post.

Met je koopgedrag kun je zelf voor een betere wereld zorgen, heet het. Maar in je eentje keuzes maken is niet zo simpel. Collectieven vormen en samen druk zetten werkt veel beter, betoogt filosoof Wouter Mensink.

De jas die Wouter Mensink in de winkel zag hangen was mooi, maar ook verdacht goedkoop. Waar zou-ie vandaan komen? Hopelijk toch niet uit een lagelonenland waar werknemers uitgebuit worden.

Mensink raadpleegde de merkenchecker op z’n smartphone, maar die gaf geen uitsluitsel. “Toen vroeg ik aan de winkelier waarom die jas zo goedkoop was. Die reageerde nogal boos, hij voelde zich door mij in het verdachtenbankje geplaatst. ‘Vraag dat bij H&M, maar niet bij mij’, zei hij geïrriteerd. Het was een vervelende situatie. En ik werd weer eens met m’n neus op de feiten gedrukt: het is voor individuele consumenten bijna onmogelijk te achterhalen waar een bepaald product vandaan komt. We hebben de tijd en de kennis niet.”

Maar u probeert het wel voortdurend?
“Ja, ik heb een paar apps op m’n telefoon. Pas liep ik met m’n moeder door de supermarkt en tot haar verbazing duurde dat bezoek een stuk langer dan ze gewend is. Ik bleef maar dingen opzoeken: een heel gedoe, al heb je tegenwoordig apps waarmee je streepjescodes kunt scannen. Toch kun je er lang niet altijd achter komen wat de herkomst is. Ja, bij een pak koffie met het keurmerk van Max Havelaar weet je dat het fairtrade is. Maar koffie van het huismerk, is die ook duurzaam?”

Een consument kan in zijn eentje niet bepalen of iets fairtrade is, zeker als producten geen keurmerk hebben?
“Inderdaad. Terwijl jou als consument juist wordt aangepraat dat dat wél zo is, dat je kunt shoppen voor een betere wereld – dat zijn van die handige marketingslogans. Daarmee krijgt de consument ook meteen de verantwoordelijkheid in z’n schoenen geschoven voor de problemen aan het andere eind van de wereld, dat hij die kan oplossen door zijn koopgedrag. Consumentensoevereiniteit heet dat dan.

Omgekeerd: als de consument er niet om vraagt, hoeven bedrijven ook geen duurzame producten op de markt te brengen.

Maar de redenering klopt niet, zo overvraag je de consument, hij kan niet alles overzien en steeds een weloverwogen keus maken, de wereld zit ingewikkeld in elkaar.”

U wilt dat consumenten collectief optreden.
“Ik noem dat ‘publiek maken’. Je ziet overal initiatieven om zaken samen op te pakken, in plaats van het in je eentje te doen. Kijk naar zorgcoöperaties: de overheid trekt zich terug, voorzieningen verschralen, mensen raken op zichzelf aangewezen, gaan zich organiseren en richten een zorgcoöperatie op. Datzelfde gebeurt in de energiesector.

Zoiets zou je ook met fairtrade en duurzaamheid kunnen doen: bewoners overleggen met winkeliers in hun buurt, oefenen druk uit op supermarkten om meer fairtradeproducten in hun assortiment op te nemen, bekijken samen of het wel zo’n goed idee is, die spotgoedkope kledingketen Primark in de wijk. Ze kunnen hun stad overhalen fairtradegemeente te worden, een titel die betekent dat winkels, horeca, bedrijven, organisaties en inwoners met de lokale overheid samenwerken aan meer eerlijke handel. Daarvan komen er gelukkig steeds meer, onlangs is Amsterdam er nog bij gekomen. Studenten en scholieren kunnen op universiteit en school initiatief nemen, werknemers op hun werk.”

© Patrick Post.

Moet het dan alleen over fairtrade gaan, of ook over biologische, ecologische of streekproducten – de lijst van duurzaamheid is lang.
“Dat is waar. Er zijn veel dilemma’s: moet ik spullen bij mij om de hoek vandaan kopen, waarvoor geen lange, energievretende vliegreis nodig is; of die uit Latijns-Amerika of Afrika, wat wel kerosine kost maar waarbij je de bevolking daar helpt? Die afwegingen kun je niet als individuele consument maken, daarvoor is het probleem te veelomvattend.

Misschien kun je met mensen uit je buurt of je werk er wel voor zorgen dat de groentewinkel in de wijk ‘s winters geen frambozen meer uitstalt. Dertig jaar geleden keken we raar op bij frambozen in december. Door ze niet aan te bieden, neemt ook de behoefte af.”

Waar moeten al die discussies plaatsvinden?
“Overal, in het buurtcafé, het wijkcentrum, op de sociale media, noem maar op. Ook kranten kunnen hierbij een rol spelen: de plofkip werd door de pers ineens inzet van een enorme maatschappelijke discussie. Je leest in de krant ook vaak leuke ideeën, zoals: geef juist niet-duurzame producten een keurmerk, dus precies het omgekeerde van wat er nu gebeurt.”

U haalt filosofen en denkers van naam en faam aan om uw betoog kracht bij te zetten.
“Discussies tussen filosofen helpen je je eigen ideeën te analyseren. Zo maant Nietzsche ons niet vanuit een slecht geweten dingen te doen. Hij zou vinden dat we geen fairtrade koffie uit Indonesië moeten kopen om ons schuldgevoel over ons koloniale verleden af te kopen.

De Franse denker Michel Foucault lijkt zich hierbij aan te sluiten als hij zegt ‘Alles is verloren als je begint met de zorg voor anderen’. Je moet beginnen om goed voor jezelf te zorgen.

Dat klinkt egoïstisch, maar dat is het niet. Als je echt voor jezelf zorgt, ontdek je onvermijdelijk dat je leven verbonden is met dat van anderen. Je handelt niet vanuit een slecht geweten, maar vanuit de gewaarwording dat je acties consequenties hebben.”

U ruimt een heel hoofdstuk in voor Peter Sloterdijk. Wat heeft deze Duitse cultuurfilosoof te maken met fairtrade?
“Hij werkt een punt uit waaraan Foucault door zijn dood niet meer toekwam: niet alleen individuen moeten voor zichzelf zorgen, maar ook groepen mensen, of zelfs hele samenlevingen. Sloterdijk laat zien hoe groepen mensen de plaats waar ze wonen of werken proberen te beschermen tegen dreigingen van buitenaf.

In mijn boek bespreek ik het voorbeeld van een universiteit in de Amerikaanse staat Montana waar studenten zich collectief verzetten tegen de niet zo ethische onderneming Nike. Die fabrikant produceerde tot dan toe de befaamde college-sweater met het universiteitslogo. De studenten, die zich realiseerden dat die kleding verbonden was met het leven van mensen aan de andere kant van de wereld, dwongen de universiteit te kiezen voor leveranciers die wel aan ethische eisen voldeden. Dat voorbeeld breidde zich uit naar andere Amerikaanse universiteiten, het werd een heel netwerk. Zonder Sloterdijk was ik er niet opgekomen om zulke voorbeelden te zoeken.”

Duurzaam is vooral duur, en daardoor elitair. Van Volkskrant-columniste Sylvia Witteman is het bon mot dat je bij de duurzame supermarkt Marqt voor 100 euro boodschappen aan één vinger naar huis kunt dragen.
“Fairtrade dreigt inderdaad elitair te worden. Dat is vreselijk. Marqt zegt dat ze graag afwil van dat elitaire stempel. De vraag is natuurlijk hoe. Aan de ene kant zijn veel niet-duurzame producten simpelweg te goedkoop omdat ze gemaakt worden door fabrieksarbeiders in bijvoorbeeld Bangladesh, die tegen een hongerloon veel te lange dagen maken in onveilige gebouwen. Daarnaast misbruiken sommige producenten de etiketten duurzaam, fairtrade, ecologisch of biologisch om de prijzen flink op te schroeven. Fairtradeproducten hoeven niet duurder te zijn, maar ik geef toe: dat zijn ze vaak wel.”

Voor veel mensen geeft de portemonnee de doorslag, en dan komen ze uit bij de Aldi. U roeit met uw pleidooi tegen de stroom op.
“De afgelopen jaren was het klimaat niet gunstig. Door de crisis gingen de consumenten extra op hun uitgaven letten, ze hadden minder te besteden. Maar we zijn bezig uit het dal te klimmen. Met mijn boek wil ik mensen niet vertellen naar welke winkel ze moeten gaan en wat ze daar moeten kopen, dat doen marketeers al.”

Welk doel wilt u er wel mee bereiken?
“Ik wil laten zien dat fairtrade geen individueel, maar een publiek probleem zou moeten zijn. Ik wil consumenten laten inzien dat ze te veel verantwoordelijkheid opgedrongen krijgen, en dat ze zich in collectieven moeten gaan organiseren.”

Uw ideaal is supermarktketens met alleen maar verantwoorde, eerlijke producten.
“Dat zou de keuzestress aanzienlijk verminderen. Je hoeft dan niet meer te kiezen tussen Max Havelaar en het huismerk, en je hoeft niet meer te aarzelen tussen de Wereldwinkel, de biologische winkel en de markt met streekproducten – alles is in één winkel te koop.

Ik hoop nog mee te maken dat we tegen elkaar zeggen: ‘Weet je nog dat je bij de supermarkt ook koffie kon kopen waarvan je wist dat mensen ervoor werden uitgebuit?’ Zoals we nu wel eens aan elkaar vragen of we ons nog kunnen herinneren dat je in treinen rookcoupés had, en in restaurants mocht roken.”

Dat zullen de Wereldwinkels leuk vinden.
“Het doel van de Wereldwinkels is niet om zoveel mogelijk mensen over de vloer te krijgen; hun doel is te zorgen voor meer eerlijke productie en consumptie. Van veel sociale bewegingen is het uiteindelijke doel zichzelf op te heffen wegens bereikt resultaat.”

Gaat het ervan komen, die supermarktketen met alleen maar eerlijke producten?
“Ik ben bang van niet. Maar het gevoel dat je het eindstation nooit bereikt wil niet zeggen dat je daarom niet moet proberen er dichterbij te komen. En dat zullen we zeker doen, dichterbij komen.”

Kun je een betere wereld kopen, zoals de titel van uw boek luidt?
“Nee, maar de manier waarop we kopen in de wereld kunnen we wel verbeteren.”