Interview De Standaard: ‘De wereld verbeter je niet door te shoppen’


Klik hier voor het originele artikel
Wouter Mensink
© Frederik Buyckx

Fair tradekoffie, kleren uit duurzaam katoen en groenten van de biomarkt: van de Nederlandse filosoof Wouter Mensink mag u ze gerust kopen, maar de wereld redt u er niet mee. ‘De consument mag niet de scheidsrechter van het systeem zijn.’

Zijn uitstapjes naar de winkel duren langer dan gemiddeld: zo veel mogelijk fair trade kopen en desnoods drie apps vergelijken om te achterhalen in welke omstandigheden producten gemaakt zijn. De Nederlandse filosoof Wouter Mensink is het prototype van de bewuste consument. Maar of al dat bewust winkelen de wereld ook echt zal verbeteren, daar heeft hij twijfels over. Volgens Mensink wordt de consument te veel ingezet als scheidsrechter, die met zijn aankopen de problemen aan de andere kant van de wereld maar moet oplossen.

‘Maar dat werkt niet’, zegt hij. ‘Een Nederlands onderzoek heeft aangetoond dat slechts vijf procent van de Nederlanders consequent voor duurzame producten kiest. Kijk naar fair tradekoffie, het pioniersproduct van eerlijke handel: na al die jaren wordt nog steeds maar één procent van alle koffie eerlijk verhandeld. Dan kun je je afvragen hoe effectief het is om via consumptie een betere wereld na te streven.’

‘Het verhelderendste vond ik een citaat van (academicus en voedselactivist, red.) Raj Patel: geen ­enkele structurele verandering in ­­de wereld is ooit bereikt door te winkelen.’

Nochtans kopen steeds meer mensen bewust, als verzet tegen het systeem. Maar u ­citeert Slavoj Zizek: mensen die fair trade kopen, zijn eigenlijk de ultieme neoliberalen.

‘Daar begin ik tegenwoordig graag lezingen mee (lacht). Het is wat plagerig, maar er zit een kern van waarheid in. De consumptiemaatschappij draait rond het idee dat kopen de manier is om problemen op te lossen. De individuele consument stuurt de markt wel de juiste richting uit. Maar zo krijgt hij wel heel veel verantwoordelijkheid op zijn schouders. En als ­hij er niet om vraagt, hoeven ­bedrijven ook niet duurzaam te produceren.’

‘Er bestaat van alles om dat systeem mogelijk te maken: labels, apps, tv-programma’s, de consumentenbond. Alles om ervoor te zorgen dat jij met je euro een stem kan uitbrengen en de wereldmarkt een bepaalde kant op stuurt. Ook fair tradebedrijven gaan in hun marketing mee in dat systeem: “met deze aankoop verbetert u het leven van een koffieboer”.’

Te voet door de jungle

Het is toch niet slecht om te willen weten waar een product vandaan komt?

‘Zeker niet, maar zou het niet fijn zijn als je dat niet hoefde te weten? Zo is er een documentaire, Blood in the mobile, waarin een man wil achterhalen of er coltan uit Congolese slavenmijnen in zijn smartphone zit. Hij wordt de ultieme consument en reist naar Congo om het zelf uit te zoeken, met het vliegtuig, de bus, de brommer en uiteindelijk te voet door de jungle. De film heeft iets ironisch in zijn extreme opzet: als je voor alles wat je koopt, moet achterhalen waar het vandaan komt, ben je best wat tijd kwijt. Erover nadenken is goed, maar het zou fijn zijn als je erop kon vertrouwen dat het product sowieso oké is.’

Keurmerken proberen een leidraad te zijn, maar daar hebt u geen hoge pet van op.

‘Het is dubbel, want ik let ook op keurmerken. Maar het is goed om te beseffen dat keurmerken een rol spelen in het systeem waarbij consumenten de scheidsrechter van de wereld moeten zijn. En efficiënt zijn ze alvast niet. Een ambtenaar vertelde me dat er alleen al voor voedsel 79 keurmerken zijn. Dat is toch totaal idioot? Een bedrijf als Hema drukt een groen blaadje op een label, waarop de consument denkt: “aha, ecologisch”. Terwijl het niet meer is dan een blaadje op een label.’

‘Maar ingrijpen doet de overheid niet, want de markt is vrij. Ze hoopt hooguit dat een kritische ngo ons kan vertellen welke keurmerken deugen en welke niet. Een keurmerk voor keurmerken dus. Belachelijk, toch?’

Kortom: de overheid moet ervoor zorgen dat elk product in de rekken een verantwoorde aankoop is?

‘Ze moet daar in elk geval een grotere rol in spelen. Dat kan natuurlijk niet van de ene dag op de andere. Maar ik hoop dat we over dertig jaar terugkijken en zeggen: weet je nog dat je in de supermarkt slaafvrije chocolade kon kopen, naast chocolade die door slaven gemaakt werd? Dat was toch gek?’

En de consument? Die mag stoppen met eerlijk te consumeren?

‘Nee, het is zeker niet de bedoeling dat je gaat achteroverleunen en niets doen. Ik wil niemand vertellen wat hij wel of niet moet doen. Maar als je dan toch bewust koopt, kun je ook eens nadenken welke rol je speelt in dat systeem, welke marketingmechanismen jou sturen en of je geen andere rol kunt opnemen dan alleen maar kopen. Burgers kunnen zich verenigen in netwerken, kunnen druk zetten op de overheid of het bedrijfsleven, het publiek debat voeren over wat we wel en niet in onze winkels willen.’

‘De nadruk van engagement is te veel op consumeren komen te liggen. Ook bij organisaties trouwens. Kijk naar de Wereldwinkels: vaak zijn dat vooral plekken waar je leuke, exotische cadeautjes koopt, in plaats van ruimtes waar je kan bijleren en je aansluiten bij een politieke beweging die druk kan zetten op de overheid.’

Vraagt dat niet net nog meer verantwoordelijkheid van de consument?

‘Niet noodzakelijk. Een groep Amerikaanse studenten kreeg het bijvoorbeeld gedaan dat hun universiteit alleen nog zaken deed met bedrijven die zich aan bepaalde normen hielden. Daardoor hoeven alle andere studenten zich niet langer het hoofd te breken welke producten ze het beste kopen. Niet iedereen hoeft activist te worden, alleen zien we nu vaak nog heel veel mogelijkheden over het hoofd.’

Elitair

Hoe zorg je dat daar meer mensen bij betrokken raken? Initiatieven rond duurzaamheid hebben nog een elitair imago.

‘Klopt, en dat is best lastig. In ­Nederland heb je winkels als Marqt en Ekoplaza, waar veel producten fair trade of duurzaam zijn. Dat is alvast beter dan slaafvrije chocolade naast gewone repen leggen. Maar vaak zijn het ook heel elitaire winkels, waar een bepaald slag hoogopgeleiden loopt waarbij ik me ook niet erg plezierig voel. De breuklijn in de maatschappij loopt al door het onderwijs en de arbeidsmarkt, komen we elkaar nu ook al niet meer tegen bij de boodschappen? Uiteindelijk wil je een gewone winkel waar iedereen binnen kan lopen, elkaar kan ontmoeten en de producten kan betalen.’

‘Toch hoeft duurzaam niet elitair te zijn. Kijk naar Aldi: vorig jaar hadden ze daar fair tradekatoen ingevoerd en dat was blijkbaar in één klap uitverkocht.’

Loopt u zelf met een schuld­gevoel door de winkel?

‘Ja, toch een beetje. Ik drink bijvoorbeeld sojamelk omdat ik ­lactose-intolerant ben, maar de bioversie laat ik staan, want die is twee keer zo duur. Sommige producten kosten meer omdat ze de productiekosten weerspiegelen, maar bij andere is de prijs hoger dan nodig omdat bedrijven denken dat een bepaalde elite het wel zal betalen. Als consument weet ­je niet hoe het zit. En dan voel ik ­me toch een beetje rot bij mijn keuze.’

Interview iFilosofie, digitaal tijdschrift van de Internationale School voor Wijsbegeerte


Hieronder is het interview terug te kijken door iFilosofie, het digitale tijdschrift van de Internationale School Voor Wijsbegeerte. De school bestaat dit jaar 100 jaar. Op 11 september doe ik daar mee aan het duurzaamheidscafé, rondom het thema ‘Hoog tijd voor een autoriteit ethische markten‘.

In het interview ga ik in op mijn boek ‘Kun je een betere wereld kopen? De consument en het fairtrade-complex‘ (Boom, 2015).

In Trouw: Verbeter de wereld, lees een filosoof


Lees het oorspronkelijke artikel op Trouw.nl
Leonie Breebaart − 11/04/16, 23:07
© Eva Hilhorst. Komende vrijdag, tijdens de Nacht van de Filosofie, wordt bekendgemaakt wie van de vijf genomineerde filosofen de trofee een jaar lang in de kast mag zetten.

Wie zal vrijdag de Socrates Wisselbeker winnen? Aan engagement ontbreekt het geen van de vijf auteurs. De wereldverbeterende filosofie is terug.

Kunnen we de wereld verbeteren door er anders over te denken? Die pretentie zullen weinig filosofen hardop uitspreken, maar de Socrates Wisselbeker voor het ‘meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek van het jaar’ voedt de hoop dat zoiets mogelijk is wel. Komende vrijdag, tijdens de Nacht van de Filosofie, wordt bekendgemaakt wie van de vijf genomineerde filosofen de trofee een jaar lang in de kast mag zetten.

Filosofische reflectie op veel bediscussieerde kwesties – ongelijkheid, radicaliserende jongeren, crisis in de kunst – kán extra greep geven op zo’n probleem, wat weer kan leiden tot een effectievere aanpak. Dit jaar snijden de vijf genomineerden niet alleen allemaal een thema aan dat een groter publiek dan vakgenoten zal aanspreken, er klinkt in hun werk – vaak geïnspireerd op de ideeën van de Franse filosoof en socioloog Bruno Latour – ook een opvallend engagement door.

In sommige gevallen verleidt de filosoof de lezer zelfs tot een radicaal andere levensstijl – het is moeilijk onbezorgd vlees te blijven eten na het lezen van ‘Een beestachtige geschiedenis van het denken’ van Erno Eskens.

  • Zijn filosofen nog wel in staat de waarden van de Verlichting onverbiddelijk te verdedigen?

© TR Beeld. Tinneke Beeckman – Macht en onmacht. Een filosofische zoektocht.

Tinneke Beeckman
Vooral Tinneke Beeckman (1976) weet met haar boek ‘Macht en onmacht’ meteen een gevoel van urgentie op te roepen. Dat zij columnist is voor de Vlaamse krant De Standaard en dus dicht op het nieuws zit, speelt daarin misschien mee: door de aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo als uitgangspunt te nemen, zet ze de lezer meteen midden in de actualiteit.

Daarbij leeft de vraag die Beeckman in ‘Macht en onmacht’ aansnijdt minstens zo sterk in Nederland als in België: zijn filosofen nog wel in staat de waarden van de Verlichting onverbiddelijk te verdedigen?

Of heeft het postmoderne denken, dat volgens Beeckman de hele westerse mentaliteit heeft geïnfecteerd, datzelfde Westen van elke mentale slagkracht beroofd? Volgens Beeckman is dat laatste inderdaad het geval. “Elk denken heeft normen voor waarheid en waarachtigheid nodig”, schrijft Beeckman, “maar de ironische postmodernist beschouwt het als zijn taak om meteen de andere kant van de stelling te zien.”

Daar lijkt Beeckman een punt te hebben: als je waarheidaanspraken voortdurend bestrijdt vanuit de gedachte ‘dat het er maar aan ligt hoe je het bekijkt’, hoe weerspreek je dan nog de aperte lariekoek, zoals de onder jongeren populaire theorie dat ‘9/11’ en de aanslagen in Parijs het werk waren van westerse inlichtingendiensten?

Alleen: de gedachte dat een paar postmoderne filosofen verantwoordelijk zijn voor de huidige explosie aan complottheorieën, geeft hen te veel eer. Internet en het gevoel van uitsluiting lijken een logischer oorzaak. Omdat Beeckman de oorzaak bij een manier van denken legt, ziet ze daar ook een oplossing. Maar je kunt filosofen moeilijk verordonneren terug te keren tot een geloof in ‘dé waarheid’ dat een eeuw geleden filosofisch al naïef klonk

© TR Beeld. Wouter Mensink – Kun je een betere wereld kopen?

Wouter Mensink
Actueel en aansprekend is ook ‘Kun je een betere wereld kopen?’ Wouter Mensink (1979) snijdt een probleem aan waar we in het dagelijks leven waarschijnlijk nóg vaker mee worstelen dan met een aanslag: de ethische dilemma’s in de supermarkt. Kies ik dit keer voor Fair Trade-koffie of voor dat goedkopere merk? Moet ik me dan schuldig voelen? Hoe weet ik trouwens of dit keurmerk echt deugt?

In elk geval vindt Mensink het onverantwoord die keuze helemaal op het bord van de individuele consument te schuiven. Eerlijke wereldhandel is een collectief probleem. Geïnspireerd door Peter Sloterdijk en Bruno Latour (ook een inspiratiebron van Beeckman) stelt hij voor te werken aan netwerken van ‘immuniteit’, waarin foute producten niet kunnen doordringen: dorpen of werkplekken bijvoorbeeld, waar alleen eerlijke producten te koop zijn. Een praktische, maar goed onderbouwde conclusie, die je met recht wereldverbeterend kunt noemen.

© TR Beeld. René ten Bos – Bureaucratie is een inktvis

René ten Bos
Toch mist Mensink de filosofische esprit die een boek kan uittillen boven het louter verhelderende. En dat is juist een eigenschap waar de productieve (en al meermaals voor deze prijs genomineerde) René ten Bos in uitmunt, zeker voor een filosoof die zich bezighoudt met het ‘saaie’ terrein van bestuurskunde en management. Stilistisch laat Ten Bos zich liever inspireren door de kunst van de roman en dat is te merken aan zijn sprankelende taalgebruik en inventieve metaforen.

Alleen al de titel van zijn kanshebbende boek, ‘Bureaucratie is een inktvis’, is een aparte mix van twee werelden, die weinig met elkaar te maken lijken te hebben. Maar Ten Bos ziet juist een nauw verband tussen het glibberige zeewezen dat zich in een wolk van inkt kan verbergen en de bureaucraat (of ‘inktschijter’) die de simpelste vragen beantwoordt met een ondoordringbare berg aan nóg meer formulieren. “Camouflage is zijn kerncompetentie”, schrijft hij dan met typerend gevoel voor humor.

In zijn zoektocht naar de bronnen van de formulieren-drift waar zoveel werknemers in moderne organisaties onder gebukt gaan, laat de auteur ons onder meer kennismaken met de uitvinder van ‘Scientific Magagement’, de Amerikaan Frederick Winslow Taylor (1856-1915).

Dat levert even prachtige als verhelderende passages op, maar een actieplan tegen de bureaucratie rolt er niet uit, daarvoor vindt Ten Bos het fenomeen ook te fascinerend. Bovendien valt het sowieso niet uit te roeien. Zijn kritiek op bureaucratische idiotie verpakt Ten Bos vooral in satirische formuleringen. Prachtig om te lezen, maar de wolkachtige structuur maakt dat ‘Bureaucratie is een inktvis’ niet echt bijt, niet gevaarlijk wordt. Al zou het de Socrates Wisselbeker om zijn oorspronkelijkheid dubbel en dewars verdienen.

  • De neiging om `het lagere¿ uit te stoten, heeft te lang geduurd. Laten we met dieren niet die fout maken

Erno Eskens
Gevaarlijker en radicaler is ‘Een beestachtige geschiedenis van de filosofie’ van Erno Eskens. De uitgever en filosoof die zich al veel langer sterk maakt voor de rechten van het dier, probeert in dit boek de geschiedenis van de filosofie te herschrijven zonder zich schuldig te maken aan de Tiervergessenheit die hij in de traditie bespeurt: het buitensluiten van het dier als een wezen van een lagere categorie.

Ondanks de schat aan informatie die Eskens daartoe bijeenbrengt en die zich uitstrekt van Plato tot Dick Swaab, is deze uitgave zeker geen onderonsje tussen filosofen. Door de schitterende illustraties ziet het boek er niet alleen uit als een koffietafelboek, ook in zijn taalgebruik, soms bijna gezellig, richt Eskens zich tot leek.

En dat past bij de radicaal-democratische inzet van dit boek. “Het denken in termen van hogere en lagere wezens zal eeuwenlang het ‘gebruik’ van vrouwen, slaven en dieren ‘voor hogere doeleinden’ legitimeren”, schrijft hij. Met andere woorden: de menselijke neiging om ‘het lagere’ uit te stoten, heeft volgens Eskens al te lang geduurd. Laten we met dieren niet diezelfde fout maken.

Eskens’ engagement leidt tot een radicaal andere benadering van het dier. Zoals hij vorige week vrijdag in Trouw al vertelde, vindt hij het ‘verachtelijk’ het denken toe te snijden op een visie die ons goed uitkomt. Dat kan een reden zijn om Eskens’ boek te bekronen als het urgentste van het jaar.

Tekst loopt door onder foto.

© TR Beeld. Erno Eskens – Een beestachtige geschiedenis van de filosofie
  • Kunst kán inderdaad die ruimte zijn waar wereldse taboes, verboden verlangens, verdrongen herinneringen wél uitgesproken mogen worden

© TR Beeld. Arnold Heumakers – De esthetische revolutie

Arnold Heumakers

Toch is er nog een manier om het denken te volgen waar het heen loopt, zoals Arnold Heumakers laat zien met zijn indrukwekkende studie ‘De esthetische revolutie’. Anders dan Erno Eskens lijkt Heumakers (1950), literair criticus voor NRC Handelsblad, in het werken aan dit boek werkelijk een antwoord te hebben gezocht op een vraag – dus zonder nog te weten waar hij zou uitkomen.

Welke vraag dat was, beschrijft hij achterin het boek het mooist. Dan bekent hij dat hij zich regelmatig heeft geërgerd aan kunstenaars die ‘hun zondagse gezicht opzetten’ om te oreren over de unieke plek van kunst als een instantie van maatschappijkritiek, verbeeldingskracht enzovoorts. Is dat nou echt zo? Heeft de kunst de maatschappij echt iets bijzonders te bieden?

Na een uitputtend onderzoek naar de wortels van het moderne kunstbegrip – in de Verlichting en in de Romantiek – concludeert de auteur min of meer tot zijn eigen verbazing dat hij de aspiraties van de kunstenaar toch wel begrijpt. Kunst kán inderdaad die ruimte zijn waar wereldse taboes, verboden verlangens, verdrongen herinneringen wél uitgesproken mogen worden. “Er is zoveel waarheid, zoveel werkelijkheid waar de wereld geen behoefte aan of emplooi voor heeft. In de literatuur kan daar een plek voor gevonden worden.”

‘De esthetische revolutie’ is niet alleen informatief en diepzinnig, ook precies, erudiet en elegant geschreven: nu al een standaardwerk van de moderne esthetica.

En toch, als de jury vasthoudt aan de criteria van deze prijs, dan maakt Heumakers niet veel kans. Kunstliefhebbers zullen zijn pleidooi urgent vinden, maar heel oorspronkelijk of prikkelend is ‘De esthetische revolutie’ niet. Als de jury aan alle drie de criteria wil voldoen, ligt het voor de hand te kiezen voor de beestachtige filosofie van Erno Eskens.

Komende vrijdag, tijdens de Nacht van de Filosofie, wordt de winnaar van de Socrates Wisselbeker bekendgemaakt. Na het rumoer over het geringe aantal vrouwen waaruit de jury kon kiezen (zes op de 64 voor deze prijs ingezonden boeken) zwengelt Fleur Spier bij deze gelegenheid een debat aan over diversiteit.

Zie ook http://www.filosofie.nl/vrouwifest

In Filmkrant: Crimineel in de supermarkt


Lees het oorspronkelijke artikel op Filmkrant.nl

Ben je als consument verantwoordelijk voor misstanden aan de andere kant van de wereld? Drie documentaires onderzoeken het nieuwe eten: Tony reconstrueert de ‘slaafvrije’ reep Tony’s Chocolonely, Tomorrow draagt oplossingen aan voor de dreigende voedseltekorten en That Sugar Film klaagt de suikerindustrie aan.

Door Mariska Graveland

Als je met je boodschappenkarretje door de winkel rijdt, ben je niet alleen in je basisbehoeftes aan het voorzien, maar navigeer je ook kriskras langs de wereldproblemen: in het schap met chocolade wordt je geconfronteerd met slavernij, bij de vruchtensappen doemt de obesitasepidemie onder kinderen op, bij de ontbijtgranen besef je dat de biodiversiteit aan het afnemen is. De keuze is tegenwoordig aan de consument: wil je slavernij blijven financieren of niet? Door passief chocola te eten doen we daar volgens tv-maker Teun van de Keuken toch echt aan mee. “Je bent hier verantwoordelijk voor wat daar gebeurt”, zegt hij in de documentaire Tony die over zijn chocoladereep Tony’s Chocolonely is gemaakt.
Want dit is de redenering: de koper bepaalt of de misstanden blijven bestaan of niet, omdat de markt zich aan de consument zal aanpassen. De koper is daardoor medeschuldig aan wantoestanden. Maar de consument wordt zo een complex aangepraat, schrijft Wouter Mensink in zijn boek Kun je een betere wereld kopen? Teun van de Keuken probeerde zelfs om veroordeeld te worden voor het eten van chocola. Hij belde op een dag de politie met de mededeling: “Ik vroeg me af of ik me zou moeten aangeven. Ik financier eigenlijk de kindslavernij.” De rechtszaak is uiteindelijk niet-ontvankelijk verklaard. In 2007 bleek ook zijn eigen chocoladereep niet honderd procent slaafvrij. Bij zijn bezoek aan de ‘fair trade’ cacaoboer Kuapa Kokoo in Ghana bleek tot zijn schrik dat er flink wat mis was op de plantage. Die ontdekking staat overigens wel eerlijk aan de binnenkant van de chocoladewikkels en komt ook uitgebreid aan bod in de documentaire. Wie goed wil doen, stuit vaak ergens in de keten op misstanden die buiten zijn macht liggen.
Van de Keuken vindt de reep inmiddels te veel een commercieel product met ‘een goed verhaal’ geworden. “Als ik denk hoe weinig er teweeg is gebracht, betreur ik het dat mijn naam op de reep staat”, zegt hij in de documentaire. “Tony’s is opgericht om de slavernij in de chocolade-industrie uit te bannen. Maar daar komt niets van terecht. Er is nu meer slavernij dan toen wij er tien jaar geleden mee begonnen. Als Tony’s niet had bestaan had dat helemaal niets uitgemaakt.”
De commerciëler ingestelde nieuwe directeur van Tony’s is van mening dat bij chocolademultinationals echt geen criminelen werken, het is eerder een systemisch probleem. Klaus Werner-Lobo, auteur van het Zwartboek wereldmerken, draagt een oplossing aan: de consument moet zich verenigen en organisaties oprichten. Zodat je er niet alleen voor komt te staan als je aangewakkerde kooplust weer eens de kop opsteekt. Ook hier word je geacht actie te ondernemen.

Schaars
Maar hoe moeilijk het is om het juiste te doen, blijkt wel weer uit de aftiteling van Tomorrow, een Franse documentaire die allerlei (westerse) oplossingen aandraagt voor de grote wereldproblemen. Helemaal onder aan de aftiteling staat dat de filmproducent 4622 bomen heeft geplant als onderdeel van het Kuapa Kokoo-project in Ghana, dezelfde fair trade co-operatie waar het team van Tony’s eerder wantoestanden aantrof. De filmproducent dacht dat hij iets goeds deed maar je kan een fair trade-keurmerk niet altijd vertrouwen, zo ontdekte het Tony’s-team al.
Dat doet verder niets af aan de oprechte poging van Tomorrow om goede ideeën te inventariseren die naderende rampen moeten keren: water, voedsel en fossiele brandstoffen zullen alsmaar schaarser worden. Een aantal bevriende filmmakers heeft zich verenigd om wereldwijd te kijken welke ideeën hierover al in de praktijk zijn gebracht. Ze gaan langs bij agri-ecologische bedrijven, grow your own food-initiatieven in bouwvallig Detroit en permacultuur in Frankrijk. Ook in Tomorrow wordt de bal bij de consumenten gelegd: wij kunnen een nieuw economisch ecosysteem stimuleren door niets te kopen van de multinationals, is het advies dat we meekrijgen.

Manisch
Waarschijnlijk is de consument eerder een speelbal van de markt dan een soeverein individu dat vanzelf de juiste keuzes maakt. Dat laat ook That Sugar Film zien. In deze Australische documentaire krijgt de suikerindustrie ervan langs. De documentairemaker eet als experiment drie weken lang veertig theelepels suiker per dag (het gemiddelde in Australië) door zogenaamd gezond voedsel te eten zoals vruchtenyoghurt, ontbijtgranen en smoothies. Veel mensen denken dat ze een goede keuze maken door dit soort bewerkt voedsel te eten, maar na drie weken is de maker 3½ kilo aangekomen en heeft hij al leververvetting. Hij heeft stemmingswisselingen, is manisch maar niet gelukkig. Dat komt door wat de fabrikanten van zoetigheden het bliss point noemen: de ‘perfecte zoetbeleving’, die ze als hun heilige graal beschouwen. Maar de beloning is maar van korte duur.
In That Sugar Film wordt duidelijk gesteld dat de voedselgiganten vinden dat consumenten zelf verantwoordelijk zijn voor hun keuzes. Je bent al snel lui of gulzig als je dik bent, en een mislukkeling als je ergens aan verslaafd bent. Maar misschien komt het wel door de bedrijven dat we te dik worden, oppert de documentairemaker. De pas ingevoerde sugar tax in Engeland bewijst dat de schuld inmiddels niet alleen bij de consument wordt gelegd maar dat de oplossingen toch echt ook van hogerhand moet komen, hoe moeilijk dat voor liberalen ook te verteren is: overheden, collectieven en bedrijven zelf moeten zorgen dat bepaalde producten niet gestimuleerd maar geboycot worden, zodat het kopen van een ontbijtje ons niet meer in gewetensnood brengt.

Tony |  | Nederland, 2016 | Regie Benthe Forrer | 80 minuten | Te zien vanaf 14 april

Tomorrow |  | Frankrijk, 2015 | Regie Mela­nie Laurent | 118 minuten | Te zien vanaf 21 april

That Sugar Film |  | Australië, 2015 | Regie Damon Gameau | 94 minuten | Te zien vanaf 19 mei

Filmkrant.Live verzorgt in april een Q&A bij Tony
EYE | Amsterdam
13 april

Mijn boek genomineerd voor de Socratesbeker: filosofieboek van het jaar


Mijn boek, Kun je een betere wereld kopen? De consument en het fairtrade-complex (Boom Filosofie, 2015) staat op de shortlist voor de Socrates Beker. Die wordt uitgereikt voor:

het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek dat in het voorgaande jaar – in dit geval dus 2015 – verscheen

De uitreiking vindt plaats op 15 april in Pakhuis de Zwijger, tijdens de Nacht van de Filosofie. De andere genomineerden zijn:

 

  • Tinneke Beeckman – Macht en onmacht een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting
  • René ten Bos – Bureaucratie is een inktvis
  • Erno Eskens- Een beestachtige geschiedenis van de filosofie
  • Arnold Heumakers- De esthetische revolutie

@Jan-Willem Wieland: denk over consumeren


Jan-Willem Wieland schreef voor De Helling, het politieke bureau van GroenLinks, een mooi betoog over eerlijk consumeren, waarin hij onder meer mijn boek aanhaalde. In het boek stel ik vraagtekens bij de individuele benadering van fairtrade: het idee dat individuele consumenten verantwoordelijk zouden worden gemaakt voor problemen aan de andere kant van de wereld. Ik hanteer de vaker gebruikte metafoor van de supermarkt als stemhokje. Met elke euro in je portemonnee zou je een stem mogen uitbrengen op een ‘goed’ of op een ‘slecht’ product. Wieland vindt dit een karikatuur, en daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in. Het is een metafoor.

Het gebruik van metaforen kan een verstikkende werking hebben in een discussie, vooral als de aanname is dat de werkelijkheid precies op de metafoor lijkt. Dat probleem heb ik zelf ook aangekaart in een artikel voor het discussieplatform SocialeVraagstukken.nl over het gebruik van Habermas’ termen ‘systeem- en leefwereld’. Bij dit soort metaforen moet je je altijd afvragen of ze niet te veel een eigen leven gaan leiden. Ik had het idee dat dat bij de stemhokjesvergelijking nog wel mee viel. Maar Wieland heeft gelijk als hij zegt dat we daar voorzichtig mee moeten zijn.

Misschien kunnen we het karikaturale van metaforen op een andere manier beter verantwoorden. Wat als we ze opvatten als beelden van maatschappelijke tendensen, in plaats van als een blauwdruk van hoe de samenleving is? De Franse filosoof Michel Foucault kreeg veel kritiek op de manier waarop hij de Panopticum-gevangenis gebruikte als metafoor voor de maatschappij. Het was hem daarbij te doen om de notie van discipline in de moderne tijd. Nikolas Rose, een van zijn bekendste commentatoren, merkte in reactie op die kritiek op: ‘Foucaults disciplinerende samenlevingen waren niet “gedisciplineerde samenlevingen”, maar samenlevingen waarin strategieën en tactieken van discipline actief waren’. Op diezelfde manier zijn onze samenlevingen geen samenlevingen waarin alles een stemhokje is, maar waarin ‘strategieën en tactieken’ bestaan om veel situaties als een stemhokje te beschouwen.

Wieland merkt ook op dat er niet zo veel mis is met het stemhokje in de context van politieke verkiezingen. Mensen gaan immers ook daar stemmen, zonder daarmee de illusie te hebben dat daarmee problemen zullen worden opgelost. Dit is dan misschien precies ook wel de reden voor de kritiek op ons huidige politieke bestel. Er wordt vaak gezegd: democratie zou meer moeten zijn dan (eens in de vier jaar) stemmen. Zo zouden we misschien ook moeten zeggen: eerlijke handel zou meer moeten zijn dan ‘stemmen’ als consument. We kunnen nog veel meer doen, naast consumeren. Wieland suggereert dat het enige alternatief voor het huidige bestel is om alle verantwoordelijkheid bij de consument weg te halen. Dit lijkt me op zijn minst even overdreven als de stemhokjesmetafoor. Er zijn vele rollen die we kunnen overwegen. Een aantal daarvan bespreek ik in mijn boek.

Volgens Wieland is bewust consumeren een manier om als consument aan te geven dat je niet mee doet aan uitbuiting. De Sloveens filosoof Slavoj Žižek zou daarop zeggen: ze doen juist wél mee! Ze participeren in het mondiale kapitalisme, dat in essentie op uitbuiting is gebaseerd. Ze pakken precies de rol die van hen wordt verwacht, namelijk die van scheidsrechter op de wereldmarkt. Dit is het idee van consumentensoevereiniteit, dat consumenten de hoogste autoriteit zijn. Een grote vraag binnen de fairtrade-wereld is: kunnen we een betere wereld verwezenlijken met de structuren die we nu hebben? Daarop heb ik ook niet een-twee-drie een antwoord. Maar het lijkt me wezenlijk dat we daar samen over debatteren en nadenken.

Het is fantastisch dat Jesse Klaver, de nieuwe leider van GroenLinks, kritische vragen stelt bij het economisme van onze tijd. Daarbij past echter ook dat we kanttekeningen plaatsen bij economische oplossingen (consumentisme) voor morele problemen (eerlijke handel). Ik suggereer niet dat we als consument moeten ophouden met denken over wat de goede producten zijn. Wel suggereer ik dat we óók zouden moeten denken over het systeem dat dit denken van ons verwacht.