Mijn boek genomineerd voor de Socratesbeker: filosofieboek van het jaar


Mijn boek, Kun je een betere wereld kopen? De consument en het fairtrade-complex (Boom Filosofie, 2015) staat op de shortlist voor de Socrates Beker. Die wordt uitgereikt voor:

het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek dat in het voorgaande jaar – in dit geval dus 2015 – verscheen

De uitreiking vindt plaats op 15 april in Pakhuis de Zwijger, tijdens de Nacht van de Filosofie. De andere genomineerden zijn:

 

  • Tinneke Beeckman – Macht en onmacht een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting
  • René ten Bos – Bureaucratie is een inktvis
  • Erno Eskens- Een beestachtige geschiedenis van de filosofie
  • Arnold Heumakers- De esthetische revolutie

Advertisements

Recensie – Peter Sloterdijk, De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd


Peter Sloterdijks laatste boek vormt een aaneenrijging van historische gebeurtenissen. Ik miste er een, die misschien wel het best zijn punt illustreert. Ik denk aan een voorval op 24 juli 1965. Bob Dylan besloot op het Newport Folk Festival om zijn akoestische gitaar aan de wilgen te hangen en een elektrische set te spelen. Het verhaal gaat dat Pete Seeger, een nestor in de folk scene, met een bijl de kabels van de versterker te lijf wilde gaan om deze verkrachting van de muziek te stoppen. Van dit verhaal klopt weinig. Seeger had geen bijl, en als hij al iets aan de versterking wilde doen had het andere redenen. Dat dit verhaal niet klopt vergroot het belang ervan alleen maar. De legende is nog altijd illustratief voor iets dat daadwerkelijk gebeurde: de muzikale omslag van genres die nog sterk geworteld waren in traditie naar wat we nu pop muziek noemen. Ontworteling is wat Sloterdijk overal om zich heen ziet, en waar dan ook dit boek over gaat. Volgens hem leren we niet meer van de geschiedenis, hebben we gebroken met tradities en nemen we niets van onze ouders aan. Daardoor zijn we verschrikkelijke kinderen geworden. We proberen steeds alles zelf opnieuw uit te vinden.

 

Geschiedenisbril

Sloterdijk zou een waardeloze geschiedenisleraar zijn. Het is dan ook fijn dat hij dat niet is. Zijn historische anekdotes hebben niet meer met elkaar gemeen dan de interpretatie die hij erop legt. Soms zijn die niet overtuigend. Zo suggereert hij dat het idee van het duizend jaar durende Derde Rijk pure fictie was, alleen omdat Himmler er een toespraak over gaf op het moment dat hij er al niet meer in geloofde. Dat is nogal dunnetjes. Vaak weet hij echter uit een beroemde gebeurtenis iets te halen dat je er nog niet in had gezocht, en doet hij je ermee glimlachen. Hij lijkt te zeggen: probeer ook eens met deze bril naar de geschiedenis te kijken.

Dat is wat Michel Foucault, een van zijn leidsmannen, ook deed met zijn geschiedenis van het straffen. We waren lang geneigd te denken dat een overgang van lijfstraffen naar gevangenisstraffen op humanisering duidde. Foucault probeerde te laten zien dat er bij die ontwikkeling ook disciplinering in het straffen sloop. Zoals Nicholas Rose, een van Foucaults commentatoren opmerkte: hij claimde niet dat we na die omslag in gedisciplineerde samenlevingen leven, maar dat de tendens tot disciplinering bestaat. Zo moeten we Sloterdijk ook lezen: het is niet dat geschiedenis en traditie nergens meer een rol heeft, maar dat er een tendens is om meer in het heden te leven.
Verwondering of onbehagen?

Sloterdijk wordt vaak aangevallen op zijn conservatisme, dat inderdaad door al zijn werk heen sijpelt. In zijn Sferen trilogie schreef hij over manieren waarop we de ruimten waarin we leven proberen te beschermen tegen dreigingen van buitenaf. In zijn boek over de mondialisering (Kristalpaleis) keerde hij zich tegen het kosmopolitisme. We moeten ergens wortelen, zegt hij, ‘inwonen’ in een gemeenschap. En, ‘inwonen blijkt nu eenmaal iets te zijn wat ik alleen bij mezelf en de mijnen doen kan, de ander alleen bij zichzelf en de zijnen’, aldus Sloterdijk.

Dat ook onder de verschrikkelijke kinderen een conservatieve basishouding schuilgaat, blijkt al op de eerste pagina. Hij gebruikt de verbanning van Adam en Eva uit het paradijs als argument om te laten zien dat we sinds het begin van onze cultuur al in het ongewisse leven. Dit kun je opvatten als een aanleiding tot verwondering – hoe is die grote wereld buiten het paradijs eigenlijk? – of als het begin van onbehagen – waren we nog maar in dat paradijs. Sloterdijk gaat duidelijk van dat tweede uit. Het leven zonder geschiedenis, traditie en vaderlijke lessen lijkt voor hem op het balanceren op een losliggende evenwichtsbalk. De praktijk is (natuurlijk) niet zo zwart-wit. Bovendien zullen mensen die verwondering als levenshouding hebben, in plaats van onbehagen, het leven in het nu heel anders ervaren.

 

Alleen het heden is er nog

Net zoals Bob Dylan ontbreekt, zo mist ook een prachtig essay van Michel Foucault over een vraag die Immanuel Kant, een van de grondleggers van de moderne filosofie, in 1784 stelde, namelijk: Wat is Verlichting? Volgens Foucault moeten we de boodschap van het historische tijdperk dat we de verlichting noemen begrijpen als: laten we een kritische houding tot het heden aannemen. We moeten nog steeds het verleden begrijpen, maar puur om te snappen waarom we zijn waar we nu zijn. Op die manier gesteld kan het ‘in het heden leven’ ook een kracht zijn, in plaats van een bron van onzekerheid.

Door te sterk de nadruk te leggen op Sloterdijks conservatisme, zoals andere recensenten doen, missen we misschien een wel heel boeiende omdraaiing die hij in dit werk maakt. Naast zijn stelling dat we ontworteld, onhistorisch en vaderloos zijn, zegt hij ook nog eens dat de toekomst onvast is. Hij beschrijft historische events, die we vaak als progressief beschouwen – de Franse en Russische revolutie en het modernisme in de kunst. Verrassend genoeg betoogt hij dat ze allemaal toekomstloos zijn. Vooruitblikken naar een toekomst waarin we zijn ‘vooruitgegaan’ zijn eigenlijk onmogelijk. Zo buigt hij deze ‘progressieve’ ontwikkelingen eigenlijk om tot gebeurtenissen die zich radicaal op het heden richten. Dit is een interessant gezichtspunt dat best tot nadenken aanzet.

 

Oefenen op het nu

Sloterdijks boek lijkt een breuk te vormen met zijn vorige boek, Je moet je leven veranderen, zoals Hans Achterhuis in zijn recensie opmerkt. Het idee dat daar centraal stond, de moderne samenleving als een grote oefenschool, krijgt nu niet veel aandacht. Weg zijn de bespiegelingen over de manier waarop de gedurende de laatste eeuwen gevormde instituties van onderwijs, sport, psychiatrie en zorg een bepaald soort mens proberen op te leiden. Wel creëert het beeld van een ontwortelde, op het heden gerichte samenleving een nieuwe context om over oefening en zelfverbetering na te denken. Als zijn verhaal consistent is, dan moeten de oefensystemen die hij in zijn vorige boek beschreef ons aanleren hoe we steeds alles opnieuw moeten uitvinden, hoe we ons moeten verhouden tot dat heden waarin we leven.

Aan het einde van het boek blijkt dat hij zou willen dat we ons meer zouden richten op de toekomst, vanuit het idee van duurzaamheid van de economie en de omgang met de natuur. In de laatste zin krijgen wij, de verschrikkelijke kinderen, de opdracht mee ons ‘te oefenen in de in onbruik geraakte kunst van het voortduren’.

@Jan-Willem Wieland: denk over consumeren


Jan-Willem Wieland schreef voor De Helling, het politieke bureau van GroenLinks, een mooi betoog over eerlijk consumeren, waarin hij onder meer mijn boek aanhaalde. In het boek stel ik vraagtekens bij de individuele benadering van fairtrade: het idee dat individuele consumenten verantwoordelijk zouden worden gemaakt voor problemen aan de andere kant van de wereld. Ik hanteer de vaker gebruikte metafoor van de supermarkt als stemhokje. Met elke euro in je portemonnee zou je een stem mogen uitbrengen op een ‘goed’ of op een ‘slecht’ product. Wieland vindt dit een karikatuur, en daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in. Het is een metafoor.

Het gebruik van metaforen kan een verstikkende werking hebben in een discussie, vooral als de aanname is dat de werkelijkheid precies op de metafoor lijkt. Dat probleem heb ik zelf ook aangekaart in een artikel voor het discussieplatform SocialeVraagstukken.nl over het gebruik van Habermas’ termen ‘systeem- en leefwereld’. Bij dit soort metaforen moet je je altijd afvragen of ze niet te veel een eigen leven gaan leiden. Ik had het idee dat dat bij de stemhokjesvergelijking nog wel mee viel. Maar Wieland heeft gelijk als hij zegt dat we daar voorzichtig mee moeten zijn.

Misschien kunnen we het karikaturale van metaforen op een andere manier beter verantwoorden. Wat als we ze opvatten als beelden van maatschappelijke tendensen, in plaats van als een blauwdruk van hoe de samenleving is? De Franse filosoof Michel Foucault kreeg veel kritiek op de manier waarop hij de Panopticum-gevangenis gebruikte als metafoor voor de maatschappij. Het was hem daarbij te doen om de notie van discipline in de moderne tijd. Nikolas Rose, een van zijn bekendste commentatoren, merkte in reactie op die kritiek op: ‘Foucaults disciplinerende samenlevingen waren niet “gedisciplineerde samenlevingen”, maar samenlevingen waarin strategieën en tactieken van discipline actief waren’. Op diezelfde manier zijn onze samenlevingen geen samenlevingen waarin alles een stemhokje is, maar waarin ‘strategieën en tactieken’ bestaan om veel situaties als een stemhokje te beschouwen.

Wieland merkt ook op dat er niet zo veel mis is met het stemhokje in de context van politieke verkiezingen. Mensen gaan immers ook daar stemmen, zonder daarmee de illusie te hebben dat daarmee problemen zullen worden opgelost. Dit is dan misschien precies ook wel de reden voor de kritiek op ons huidige politieke bestel. Er wordt vaak gezegd: democratie zou meer moeten zijn dan (eens in de vier jaar) stemmen. Zo zouden we misschien ook moeten zeggen: eerlijke handel zou meer moeten zijn dan ‘stemmen’ als consument. We kunnen nog veel meer doen, naast consumeren. Wieland suggereert dat het enige alternatief voor het huidige bestel is om alle verantwoordelijkheid bij de consument weg te halen. Dit lijkt me op zijn minst even overdreven als de stemhokjesmetafoor. Er zijn vele rollen die we kunnen overwegen. Een aantal daarvan bespreek ik in mijn boek.

Volgens Wieland is bewust consumeren een manier om als consument aan te geven dat je niet mee doet aan uitbuiting. De Sloveens filosoof Slavoj Žižek zou daarop zeggen: ze doen juist wél mee! Ze participeren in het mondiale kapitalisme, dat in essentie op uitbuiting is gebaseerd. Ze pakken precies de rol die van hen wordt verwacht, namelijk die van scheidsrechter op de wereldmarkt. Dit is het idee van consumentensoevereiniteit, dat consumenten de hoogste autoriteit zijn. Een grote vraag binnen de fairtrade-wereld is: kunnen we een betere wereld verwezenlijken met de structuren die we nu hebben? Daarop heb ik ook niet een-twee-drie een antwoord. Maar het lijkt me wezenlijk dat we daar samen over debatteren en nadenken.

Het is fantastisch dat Jesse Klaver, de nieuwe leider van GroenLinks, kritische vragen stelt bij het economisme van onze tijd. Daarbij past echter ook dat we kanttekeningen plaatsen bij economische oplossingen (consumentisme) voor morele problemen (eerlijke handel). Ik suggereer niet dat we als consument moeten ophouden met denken over wat de goede producten zijn. Wel suggereer ik dat we óók zouden moeten denken over het systeem dat dit denken van ons verwacht.

Interview Down to Earth Magazine


Kun je een betere wereld kopen? Zo heet het eerste boek van filosoof  Wouter Mensink. We gaan ervan uit dat het een oplossing is voor wereldproblemen om als consument je geld aan de juiste producten uit te geven. Maar Mensink neemt dat niet als vanzelfsprekend aan.

Het is bijvoorbeeld al ondoenlijk om als consument volledig geïnformeerd te zijn over al het lijden op afstand in elk product. Is er misschien een betere manier? Mensink neemt ons mee op reis om te onderzoeken wat de relatie is van de consument met een fairtradeproduct, op welke ideeën die gebaseerd is en wat er gebeurt als je door een andere lens kijkt. Per hoofdstuk geeft hij ons een filosoof als reisleider. Met behulp van denkers als Bruno Latour, Luc Boltanski, John Dewey, Michel Foucault en Peter Sloterdijk vormen zich nieuwe ideeën. Consumentencollectieven, debat in de media, wat betekent het om uitbuiting te zien als iets breders dan waar jijzelf je geld aan uitgeeft? Fair trade, kortom, zegt hij, is geen individuele, maar een publieke zaak.

Druk zetten met consumentencollectieven, is dat geen verkapte manier om de verantwoordelijkheid opnieuw bij de consument te leggen?

“’Collectief’ heeft een beetje een vieze bijsmaak, het is niet hip. En mensen denken aan kleinschalige burgerinitiatieven. Wat je nu ziet met de participatiemaatschappij is dat bottom-up-initiatieven soms ontstaan omdat het moet, want instanties laten het afweten, terwijl als mensen het doen terwijl het niet verplicht is, ze daar heel gelukkig van worden. Er is niets mis met bottom-up-initiatieven. Die zijn erg nodig. Maar dat is niet alleen wat ik met ‘collectieven’ bedoel. Ik heb het net zo goed over afspraken tussen supermarktbesturen. En de overheid is, als het goed is, ook een collectieve afspiegeling van ons allemaal. Alle top-down georganiseerde structuren bestaan uit mensen. Er zijn veel manieren om verantwoordelijkheid te nemen; niet alleen in je rol als consument. Het gaat erom dat de discussie de individuele keuze overstijgt, over het publiek maken van de consequenties van bepaalde keuzes.”

Moeten we fair trade eigenlijk wel willen? Of ben je dan het onduurzame systeem van wereldhandel iets minder slecht aan het maken?

“Als je duurzaam wilt consumeren, zijn er veel dingen die elkaar tegenspreken. Wat vind je belangrijker: ontwikkeling stimuleren in het mondiale Zuiden, of CO2-reductie? Laatst zag ik fair trade sinaasappelsap. Daar was ik even verbaasd over. Wat blijkt: die sinaasappels komen van gecertificeerde plantages in Brazilië en Ghana. Maar is dat dan beter dan ‘gewone’ sinaasappelsap waarvoor het fruit gewoon uit Spanje komt? Wat dat betreft vind ik het jammer dat ik geen hoofdstuk heb geschreven aan de hand van ideeën van Slavoj Žižek, de Sloveense filosoof, die pas in de Westerkerk in Amsterdam optrad. Hij heeft het over wat het betekent om niet mee te doen aan een systeem.

Frambozen in de winter is lang nog heel vreemd geweest, omdat ze hier vandaan komen en hier niet groeien in de winter, maar niemand vindt het raar dat we bananen eten of koffie drinken, terwijl die altíjd van de andere kant van de wereldbol komen. Dat we die dingen zo normaal vinden is onlosmakelijk verbonden met het systeem van wereldhandel. We vergeten dat het in de winter dus niet alleen een keus is tussen foute frambozen en fair trade frambozen, maar tussen frambozen en géén frambozen.”

In je boek stel je dat het stoppen van het aanbod ook de vraag stopt. Zou je collectieven aanraden expres zulke keuzes te elimineren?

“Het is in ieder geval een interessante vraag. Moet er altijd keuzevrijheid zijn? Waarom vindt een Autoriteit Consument en Markt dat mensen recht hebben op een keuze tussen goed en slecht? Maar ik weet ook dat als je die keuze elimineert dat leven dan heel veel duurder wordt en dat is weer een nieuw probleem. Onder het fair trade vraagstuk ligt een enorm ongelijkheidsprobleem; de kosten van internationale handel worden altijd afgewenteld op een partij in het handelssysteem: de producent of de consument.”

Als je andere filosofen had gekozen, was er dan een ander idee boven komen drijven?

“Ja, waarschijnlijk wel. Habermas had voor de hand gelegen, Žižek noemde ik al. Ik was zelf voor dit boek ook niet zozeer geïnteresseerd in de oplossing voor uitbuiting, maar om te onderzoeken hoe je je tot een systeem moet verhouden dat op uitbuiting draait. En wat het zou betekenen als iedereen daarover zou nadenken.”

Doen we dat te weinig?

“Ja, dat doen we toch echt verrassend weinig. Mensen willen graag horen hóe ze iets moeten oplossen, maar eerst is het belangrijk over je rol na te denken. Ik wil mensen stimuleren te reflecteren op wat hun relatie is tot een systeem voor ze het proberen te veranderen.”

Video van Shop ‘Till They Drop @De Balie


Kijk het programma Shop ‘Till They Drop terug, over duurzame kleding en mode, in De Balie op 17 juni. Ik gaf een inleiding over de rol van de consument, en de vraag of duurzaamheid een individueel of een publiek probleem zou moeten zijn. Is ‘de consument’ wel autonoom, of eerder een construct? Een ‘koning klant’ – nooit koningin – die gemaakt wordt door tools als keurmerken en apps, consumentenprogramma’s op TV, overheidsprogramma’s als KiesBeter.nl en en instanties als de Autoriteit Consument en Markt?

Mijn verhaal sloot mooi aan op dat van Aynouk Tan, die – in ananaspak – uitlegde hoe ‘modedromen’ bepalen waarom we aantrekken wat we aantrekken. Aan tafel zaten verder Marieke Eyskoot (sustainability expert en eigenaar van expertisebureau Talking Dress), Tinkebell (kunstenaar en schrijver) en Bert van Son (eigenaar Mud Jeans en initiatiefnemer van Lease a Jeans). Andrea van Pol leidde de avond.

Duurzaamheidsweek: Fairtrade Amsterdam, Shop ‘Till They Drop, AmsterdamFM, Mag Het Hicht Aan Festival


Het is een drukke, maar leuke week met veel gelegenheid om over eerlijke handel en duurzaamheid te praten.Een kort overzicht.

16 juni: Fairtrade Amsterdam

De fairtrade gemeenten is een mooi initiatief van ICCO, de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels en Stichting Max Havelaar. Dit is een keurmerk dat aangeeft dat in een gemeente winkels, horeca, bedrijven, organisaties, inwoners en de lokale overheid samenwerken aan meer eerlijke handel. Het Fairtrade Town concept is in 2001 ontstaan, uit een burgerinitiatief in het Noord-Engelse dorpje Garstang. In 2014 waren er wereldwijd ruim 1600. In Nederland zijn er vanaf 2009 54 ontstaan, met Amsterdam als recente toevoeging. Natuurlijk wordt bij lange na niet iedereen in zo’n gemeente bereikt, maar de nadruk op gedeelde verantwoordelijkheid en overleg is een wezenlijke aanvulling op het consumentenmodel. In plaats van een keurmerk dat in dividuen responsibiliseert, probeert het mensen mee te nemen in een publiek ontwikkelingsproces. Ik bespreek de fairtrade gemeenten uitgebreid in mijn boek, en in een recent interview in Trouw.

17 juni: Shop ‘Till They Drop in De Balie

Shop 'till They Drop Ik geef een inleiding bij een programma over onze verantwoordelijkheid voor goede kleding. Ik ga het hebben over de verantwoordelijkheid van de individuele consument, en de grenzen daaraan. Ik geef aan, zoals ik het mij boek ook doe, hoe we van duurzaamheid een ‘publiek probleem’ kunnen maken, in plaats van een individueel probleem. Andere sprekers zijn: Marieke Eyskoot (sustainability expert en eigenaar van expertisebureau Talking Dress),  TINKEBELL.  (kunstenaar en schrijver), Bert van Son (eigenaar Mud Jeans en initiatiefnemer van Lease a Jeans) en Anke Bakker (medewerker verkoop en pr Nukuhiva Amsterdam). Daarnaast zal Aynouk Tan (journalist, docent en art director) deze avond laten zien hoe zij met deze vraagstukken omgaat. Andrea van Pol zal het programma modereren.

19 juni: Interview op AmsterdamFM

AmsterdamFMIk word geïnterviewd samen met Fanny de Groot van het Mag het Licht Aan Festival, waarover hieronder meer. Het valt vanaf 1600 te beluisteren op 106.8 (ether) en 103.3 (kabel). Eerder werd ook al Marli Huijer, de nieuwe Denker des Vaderlands geïnterviewd, die ook op het festival zal zijn.

21 juni: Mag het Licht Aan Festival

‘Hèt festival voor idealisten en wereldverbeteraars. Op 21 juni, de langste en lichtste dag van het jaar, denken, doen en dagdromen we samen over de duurzame mens en samenleving. Met inspirerende filosofie, geestverruimende gesprekken, exposities, (h)eerlijk eten, meeslepend theater en vernieuwende muziek’. Ik doe samen met Reine Rek een boodschappenmand check. Maar ja, wat moet je nu precies zeggen over dingen die je in je mandje hebt? Moeten we samen gaan beoordelen welk product beter is dan een ander? Of is de vraag meer wat je als consument überhaupt met dat soort beoordelingen aan moet? Kan de consument eigenlijk wel beoordelen wat hij wel of niet moet kopen? Of moet het mandje gewoon met inhoud en al het nabijgelegen IJ in?