Interview in Het Parool over keurmerken


Interview Parool 25-4-16

Advertisements

Niet gedronken uit de Socratesbeker, wel blij


SocratesbekerOp vrijdag 15 oktober vond de Nacht van de Filosofie 2016 plaats. Onderdeel daarvan was de uitreiking van de Socratesbeker, de prijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek van 2015. De prijs ging naar René ten Bos, voor zijn boek Bureaucratie is een inktvis. Een hele mooie, en originele manier om zo’n ‘droog’ onderwerp levend te maken, waarbij we kennelijk zelfs ons vocabulair om erover te kunnen praten moeten herzien. Zo moeten we het niet langer over pennelikkers, maar over inktschijters hebben als we het over bureaucraten hebben. En dan niet alleen de bureaucratie veroordelen, maar ook omarmen.

Ik was erg blij om voor de prijs genomineerd te zijn, en om het lovende juryrapport te horen, hieronder te beluisteren, met dank aan Anne Schaap voor de foto en video.

Recensie – Peter Sloterdijk, De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd


Peter Sloterdijks laatste boek vormt een aaneenrijging van historische gebeurtenissen. Ik miste er een, die misschien wel het best zijn punt illustreert. Ik denk aan een voorval op 24 juli 1965. Bob Dylan besloot op het Newport Folk Festival om zijn akoestische gitaar aan de wilgen te hangen en een elektrische set te spelen. Het verhaal gaat dat Pete Seeger, een nestor in de folk scene, met een bijl de kabels van de versterker te lijf wilde gaan om deze verkrachting van de muziek te stoppen. Van dit verhaal klopt weinig. Seeger had geen bijl, en als hij al iets aan de versterking wilde doen had het andere redenen. Dat dit verhaal niet klopt vergroot het belang ervan alleen maar. De legende is nog altijd illustratief voor iets dat daadwerkelijk gebeurde: de muzikale omslag van genres die nog sterk geworteld waren in traditie naar wat we nu pop muziek noemen. Ontworteling is wat Sloterdijk overal om zich heen ziet, en waar dan ook dit boek over gaat. Volgens hem leren we niet meer van de geschiedenis, hebben we gebroken met tradities en nemen we niets van onze ouders aan. Daardoor zijn we verschrikkelijke kinderen geworden. We proberen steeds alles zelf opnieuw uit te vinden.

 

Geschiedenisbril

Sloterdijk zou een waardeloze geschiedenisleraar zijn. Het is dan ook fijn dat hij dat niet is. Zijn historische anekdotes hebben niet meer met elkaar gemeen dan de interpretatie die hij erop legt. Soms zijn die niet overtuigend. Zo suggereert hij dat het idee van het duizend jaar durende Derde Rijk pure fictie was, alleen omdat Himmler er een toespraak over gaf op het moment dat hij er al niet meer in geloofde. Dat is nogal dunnetjes. Vaak weet hij echter uit een beroemde gebeurtenis iets te halen dat je er nog niet in had gezocht, en doet hij je ermee glimlachen. Hij lijkt te zeggen: probeer ook eens met deze bril naar de geschiedenis te kijken.

Dat is wat Michel Foucault, een van zijn leidsmannen, ook deed met zijn geschiedenis van het straffen. We waren lang geneigd te denken dat een overgang van lijfstraffen naar gevangenisstraffen op humanisering duidde. Foucault probeerde te laten zien dat er bij die ontwikkeling ook disciplinering in het straffen sloop. Zoals Nicholas Rose, een van Foucaults commentatoren opmerkte: hij claimde niet dat we na die omslag in gedisciplineerde samenlevingen leven, maar dat de tendens tot disciplinering bestaat. Zo moeten we Sloterdijk ook lezen: het is niet dat geschiedenis en traditie nergens meer een rol heeft, maar dat er een tendens is om meer in het heden te leven.
Verwondering of onbehagen?

Sloterdijk wordt vaak aangevallen op zijn conservatisme, dat inderdaad door al zijn werk heen sijpelt. In zijn Sferen trilogie schreef hij over manieren waarop we de ruimten waarin we leven proberen te beschermen tegen dreigingen van buitenaf. In zijn boek over de mondialisering (Kristalpaleis) keerde hij zich tegen het kosmopolitisme. We moeten ergens wortelen, zegt hij, ‘inwonen’ in een gemeenschap. En, ‘inwonen blijkt nu eenmaal iets te zijn wat ik alleen bij mezelf en de mijnen doen kan, de ander alleen bij zichzelf en de zijnen’, aldus Sloterdijk.

Dat ook onder de verschrikkelijke kinderen een conservatieve basishouding schuilgaat, blijkt al op de eerste pagina. Hij gebruikt de verbanning van Adam en Eva uit het paradijs als argument om te laten zien dat we sinds het begin van onze cultuur al in het ongewisse leven. Dit kun je opvatten als een aanleiding tot verwondering – hoe is die grote wereld buiten het paradijs eigenlijk? – of als het begin van onbehagen – waren we nog maar in dat paradijs. Sloterdijk gaat duidelijk van dat tweede uit. Het leven zonder geschiedenis, traditie en vaderlijke lessen lijkt voor hem op het balanceren op een losliggende evenwichtsbalk. De praktijk is (natuurlijk) niet zo zwart-wit. Bovendien zullen mensen die verwondering als levenshouding hebben, in plaats van onbehagen, het leven in het nu heel anders ervaren.

 

Alleen het heden is er nog

Net zoals Bob Dylan ontbreekt, zo mist ook een prachtig essay van Michel Foucault over een vraag die Immanuel Kant, een van de grondleggers van de moderne filosofie, in 1784 stelde, namelijk: Wat is Verlichting? Volgens Foucault moeten we de boodschap van het historische tijdperk dat we de verlichting noemen begrijpen als: laten we een kritische houding tot het heden aannemen. We moeten nog steeds het verleden begrijpen, maar puur om te snappen waarom we zijn waar we nu zijn. Op die manier gesteld kan het ‘in het heden leven’ ook een kracht zijn, in plaats van een bron van onzekerheid.

Door te sterk de nadruk te leggen op Sloterdijks conservatisme, zoals andere recensenten doen, missen we misschien een wel heel boeiende omdraaiing die hij in dit werk maakt. Naast zijn stelling dat we ontworteld, onhistorisch en vaderloos zijn, zegt hij ook nog eens dat de toekomst onvast is. Hij beschrijft historische events, die we vaak als progressief beschouwen – de Franse en Russische revolutie en het modernisme in de kunst. Verrassend genoeg betoogt hij dat ze allemaal toekomstloos zijn. Vooruitblikken naar een toekomst waarin we zijn ‘vooruitgegaan’ zijn eigenlijk onmogelijk. Zo buigt hij deze ‘progressieve’ ontwikkelingen eigenlijk om tot gebeurtenissen die zich radicaal op het heden richten. Dit is een interessant gezichtspunt dat best tot nadenken aanzet.

 

Oefenen op het nu

Sloterdijks boek lijkt een breuk te vormen met zijn vorige boek, Je moet je leven veranderen, zoals Hans Achterhuis in zijn recensie opmerkt. Het idee dat daar centraal stond, de moderne samenleving als een grote oefenschool, krijgt nu niet veel aandacht. Weg zijn de bespiegelingen over de manier waarop de gedurende de laatste eeuwen gevormde instituties van onderwijs, sport, psychiatrie en zorg een bepaald soort mens proberen op te leiden. Wel creëert het beeld van een ontwortelde, op het heden gerichte samenleving een nieuwe context om over oefening en zelfverbetering na te denken. Als zijn verhaal consistent is, dan moeten de oefensystemen die hij in zijn vorige boek beschreef ons aanleren hoe we steeds alles opnieuw moeten uitvinden, hoe we ons moeten verhouden tot dat heden waarin we leven.

Aan het einde van het boek blijkt dat hij zou willen dat we ons meer zouden richten op de toekomst, vanuit het idee van duurzaamheid van de economie en de omgang met de natuur. In de laatste zin krijgen wij, de verschrikkelijke kinderen, de opdracht mee ons ‘te oefenen in de in onbruik geraakte kunst van het voortduren’.