Bewust kiezen kan lastig zijn, interview RD


Door: Geertje Bikker-Otten

Lastig alledaags dilemma. Je staat in de supermarkt voor het koffieschap en dubt welk pak je mee naar huis zult nemen. Kies je, met het oog op de huishoudportemonnee, de goedkoopste variant van het huismerk? Of toch het duurdere pak met een Max Havelaarstempel erop, om zo het povere bestaan van een koffieboer wat te verlichten?

Als je voor het laatste kiest: wordt de wereld daar dan daadwerkelijk een beetje beter van? Ben je als consument verantwoordelijk voor de problemen elders in de wereld?

Tot op zekere hoogte wel, schrijft de filosoof Wouter Mensink in zijn boek Kun je een betere wereld kopen? De consument en het fairtrade-complex (uitg. Boom, 2015, ISBN 9789089534521, €18,50). Maar hij ziet ook een grote rol weggelegd voor een meer collectieve aanpak.  

De realiteit is dat de gemiddelde burger niet de tijd en het geld heeft om steeds maar weer een gedegen afweging te maken. Als hij daar al toe bereid is. Er zijn ook genoeg mensen die zich in ieder geval in de supermarkt niet druk maken over ethische dilemma’s.

Tweedeling

Mensink (1979) vreest weleens dat er wat dat betreft in onze samenleving een soort tweedeling dreigt: de elite die zich bezighoudt met duurzaamheid en eerlijke handel. En de rest van de bevolking die genoegen moet nemen met goedkoop voedsel.

Dat bewust kiezen best lastig is, weet Mensink uit eigen ondervinding. Een tijdje terug was ik op zoek naar een nieuwe jas. In een winkel vond ik er een die me wel aanstond. Maar hij was wel erg goedkoop. Dan vraag ik mij af: Waar is hij eigenlijk gemaakt? In Bangladesh misschien? Hebben er wellicht kinderen aan gewerkt?

In een hoekje van de winkel probeerde hij via een app achtergrondinformatie over het merk op te zoeken. Maar ik kon niets vinden. Toen heb ik de winkelier gevraagd hoe het kan dat die jas zo goedkoop was. Dat viel niet in goede aarde. De winkelier reageerde kwaad, was in zijn wiek geschoten. Ik heb die vraag vast ook niet op de goede toon gesteld.

Grenzen

Als individu loop je al snel tegen grenzen aan, wil Mensink maar zeggen. Je weet vaak niet genoeg om goed te kunnen kiezen. Collectieve acties hebben meer effect, vermoedt hij. En nog belangrijker ze nemen wat weg van de druk die een individuele consument kan ervaren. Mensink denkt bijvoorbeeld aan overheidsinstanties of kerken die kiezen voor eerlijke koffie. En aan een betrekkelijk nieuw verschijnsel: fairtradegemeenten.

Mensink koopt zelf meer en meer biologisch en fairtrade. Ik kies al jaren voor Max Havelaarkoffie. Maar pas een jaar geleden bedacht ik dat ik eigenlijk nooit fairtradethee kocht. Vreemd eigenlijk. Hij beaamt dat hij door deze keuzes vaak duurder uit is. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Dat een product fair trade is, is soms ook een reden om het duurder in de markt te zetten. Dat is een kwestie van marketing.

En trouwens: veel producten zijn eigenlijk veel te goedkoop. Fairtradecashewnoten zijn veel duurder dan gewone. Maar er is altijd iemand die daarvoor de prijs betaalt. Dat gewone cashewnoten zo goedkoop zijn, betekent dat dat wordt afgewenteld op de boer. Als je de prijs verhoogt, krijgt de teler waarschijnlijk beter betaald. Maar dan kunnen bepaalde groepen consumenten zich ineens geen cashewnoten meer veroorloven. Er zit een fundamentele ongelijkheid in het probleem van de internationale handel.

Eerlijke prijs

Het basisprincipe van fair trade is dat degene die iets produceert daar een eerlijke prijs voor krijgt. Wat dat betreft gaat er nog altijd veel mis, constateert Mensink. Er zit een factor duizend tussen wat een Ethiopische koffieboer voor zijn bonen krijgt en de prijs die deze bonen in de supermarkt moeten opbrengen. Een factor duizend!

Mensink ziet dat als een signaal dat er fundamenteel iets mis is met de manier waarop de wereldhandel in elkaar zit. Ik besef heel goed dat die enorme ongelijkheid niet wordt opgelost door de keuzes die ik als individu maak. Anderzijds: signalen van consumenten hebben wel tot gevolg dat bedrijven hun beleid aanpassen.

Mijn motief om voor fair trade te kiezen is dat ik niet mee wil doen aan een systeem dat mensen uitbuit. Zelfs al blijkt keer op keer dat er ook binnen de keten die zich met eerlijke handel bezighoudt dingen misgaan. Dat boeren die hiervoor produceren het soms niet veel beter hebben dan collega’s die voor de gewone markt werken. Als je zulke geluiden hoort, moet je niet gelijk de handdoek in de ring gooien. Overschakelen naar een ander systeem vraagt een grote omslag. Je moet accepteren dat dat stukje bij beetje gaat.

Cacao

Mensink constateert dat fair trade sinds de jaren tachtig steeds meer mainstream is geworden. Het is een thema waar ook grote bedrijven zich mee bezighouden. Denk bijvoorbeeld aan cacao en koffie. Op chocoladerepen van Verkade staat bijvoorbeeld dat ze fair trade zijn. De helft van de koffie die in Nederland wordt verkocht heeft het UTZ-certificaat, wat wil zeggen dat boeren er een goede prijs voor hebben gekregen.

Mensink vindt dat enerzijds een goede ontwikkeling. Als grote bedrijven zich hiermee bezighouden, gaat het om enorme marktaandelen. Dat heeft dus veel effect. Anderzijds: het wordt lastiger om de achterliggende motieven te doorgronden.

Wat Mensink ook jammer vindt is dat door de grootschalige aanpak de manier van produceren verandert. In de begintijd van fair trade werd er veel ingekocht bij kleine coöperaties. Je kon dus als het ware aanwijzen uit welke regio of van welke plantage een koffieboon kwam. Grootschaliger productie heeft voor de boeren als nadeel dat ze niet langer `eigenaar’ van het productieproces zijn.

Roken in de trein

De geschiedenis laat zien dat gedrag dat ooit normaal was door een kanteling in het denken opeens onacceptabel kan worden. Misschien is het een utopische gedachte, maar ik hoop dat we over een paar jaar zullen zeggen: Weet je nog dat je vroeger bij de supermarkt ook koffie kon kopen waarvan we wisten dat er mensen voor werden uitgebuit? Zoals we nu zeggen: Weet je nog dat je vroeger in de trein mocht roken? Of in Amerika: Weet je nog dat zwarte mensen niet mochten zitten in de bus? Soms veranderen onze denkbeelden zo ingrijpend dat het bijna niet meer voor te stellen is dat we ooit anders dachten.

@Roland Waardenburg


Roland Waardenburg schreef een mooie inhoudelijk reactie op het interview dat de Trouw met me afnam (geplaatst op 11 april 2015). Ik heb alleen het idee dat ik een ander punt probeerde te maken dan wat hij in zijn reactie beschrijft.

Waardenburg schrijft dat ik suggereer dat we met collectief koopgedrag de wereld kunnen veranderen. Tot op zekere hoogte is dat denk ik waar. Toen Nico Roozen en Frans van der Hoff eind jaren ’80 Max Havelaar oprichtten slaagden ze er aanvankelijk niet in Albert Heijn te overtuigen de nieuwe koffie in het assortiment op te nemen. Een consumentcollectief slaagde er wel in, door massaal om de koffie te vragen. Een voorbeeld van hoe de wereld een beetje veranderde.

Toch is dat niet mijn voornaamste punt. Ik denk inderdaad dat we met collectief gedrag de wereld kunnen verbeteren, maar niet perse met collectief koopgedrag. In mijn boek stel ik juist dat we naar een meer politieke benadering van fairtrade zouden moeten, die de huidige marktgerichte benadering aanvult.

Als ik het heb over collectieven, of publieken, dan denk ik niet uitsluitend aan groepen consumenten. Ik denk bijvoorbeeld ook aan het fairtrade gemeenten initiatief, dat consumenten, overheden en ondernemers combineert. Een fairtrade gemeente is een gemeente waarin winkels, horeca, bedrijven, organisaties, inwoners en de lokale overheid samen werken aan meer eerlijke handel.

Op zich heeft Waardenburg gelijk dat een publiek bestaat uit mensen die persoonlijk geraakt worden door een bepaald fenomeen. Dit is in ieder geval hoe de Amerikaanse filosoof John Dewey de term definieert. Toch hoeft dat niet te betekenen dat mensen pas iets gaan doen als ze lijfelijk of financieel benadeeld worden. In mijn boek bespreek ik allerlei voorbeelden van collectieven die mensen vormen omdat ze ethisch geraakt worden. Studenten die actie ondernemen als ze ontdekken dat de officiële kleding van hun universiteit door onethische bedrijven wordt gemaakt. Of een conglomeraat van filmfestivals, bloggers, parlementsleden en supermarktdirecteuren in Zweden dat een lokale filmmaker ondersteunt die door bananenfabrikant Dole wordt aangeklaagd.

Het doel van dit soort collectieve acties kan precies zijn wat Waardenburg suggereert: ‘guilt marketing’ terugdringen. Dit is bij uitsteek de inzet van mijn boek, dus wat dat betreft zijn we het volledig met elkaar eens! Collectieven van consumenten, overheden en bedrijven zijn nodig om te tonen dat de markt vanuit dit principe is ingericht. Opdat de consument, individueel noch collectief, uiteindelijk geen keuze meer hoeft te maken. Dit is ook wat een bijschrift in de Trouw suggereert: ‘Ik hoop dat we ooit zeggen: weet je nog dat je bij de supermarkt koffie kon kopen waar mensen voor werden uitgebuit?’

In mijn boek had ik iets meer ruimte om mijn betoog uit te werken dan in het interview. Ik hoop dat ik daarmee dit soort vragen wat breder kan beantwoorden. En natuurlijk door dit soort scherpe reacties! Die zijn meer dan welkom.

Fairtrade is geen individueel, maar een publiek probleem, interview Trouw 11 april 2015


Co Welgraven − 12/04/15, 13:21, Lees op Trouw.nl
© Patrick Post.

Met je koopgedrag kun je zelf voor een betere wereld zorgen, heet het. Maar in je eentje keuzes maken is niet zo simpel. Collectieven vormen en samen druk zetten werkt veel beter, betoogt filosoof Wouter Mensink.

De jas die Wouter Mensink in de winkel zag hangen was mooi, maar ook verdacht goedkoop. Waar zou-ie vandaan komen? Hopelijk toch niet uit een lagelonenland waar werknemers uitgebuit worden.

Mensink raadpleegde de merkenchecker op z’n smartphone, maar die gaf geen uitsluitsel. “Toen vroeg ik aan de winkelier waarom die jas zo goedkoop was. Die reageerde nogal boos, hij voelde zich door mij in het verdachtenbankje geplaatst. ‘Vraag dat bij H&M, maar niet bij mij’, zei hij geïrriteerd. Het was een vervelende situatie. En ik werd weer eens met m’n neus op de feiten gedrukt: het is voor individuele consumenten bijna onmogelijk te achterhalen waar een bepaald product vandaan komt. We hebben de tijd en de kennis niet.”

Maar u probeert het wel voortdurend?
“Ja, ik heb een paar apps op m’n telefoon. Pas liep ik met m’n moeder door de supermarkt en tot haar verbazing duurde dat bezoek een stuk langer dan ze gewend is. Ik bleef maar dingen opzoeken: een heel gedoe, al heb je tegenwoordig apps waarmee je streepjescodes kunt scannen. Toch kun je er lang niet altijd achter komen wat de herkomst is. Ja, bij een pak koffie met het keurmerk van Max Havelaar weet je dat het fairtrade is. Maar koffie van het huismerk, is die ook duurzaam?”

Een consument kan in zijn eentje niet bepalen of iets fairtrade is, zeker als producten geen keurmerk hebben?
“Inderdaad. Terwijl jou als consument juist wordt aangepraat dat dat wél zo is, dat je kunt shoppen voor een betere wereld – dat zijn van die handige marketingslogans. Daarmee krijgt de consument ook meteen de verantwoordelijkheid in z’n schoenen geschoven voor de problemen aan het andere eind van de wereld, dat hij die kan oplossen door zijn koopgedrag. Consumentensoevereiniteit heet dat dan.

Omgekeerd: als de consument er niet om vraagt, hoeven bedrijven ook geen duurzame producten op de markt te brengen.

Maar de redenering klopt niet, zo overvraag je de consument, hij kan niet alles overzien en steeds een weloverwogen keus maken, de wereld zit ingewikkeld in elkaar.”

U wilt dat consumenten collectief optreden.
“Ik noem dat ‘publiek maken’. Je ziet overal initiatieven om zaken samen op te pakken, in plaats van het in je eentje te doen. Kijk naar zorgcoöperaties: de overheid trekt zich terug, voorzieningen verschralen, mensen raken op zichzelf aangewezen, gaan zich organiseren en richten een zorgcoöperatie op. Datzelfde gebeurt in de energiesector.

Zoiets zou je ook met fairtrade en duurzaamheid kunnen doen: bewoners overleggen met winkeliers in hun buurt, oefenen druk uit op supermarkten om meer fairtradeproducten in hun assortiment op te nemen, bekijken samen of het wel zo’n goed idee is, die spotgoedkope kledingketen Primark in de wijk. Ze kunnen hun stad overhalen fairtradegemeente te worden, een titel die betekent dat winkels, horeca, bedrijven, organisaties en inwoners met de lokale overheid samenwerken aan meer eerlijke handel. Daarvan komen er gelukkig steeds meer, onlangs is Amsterdam er nog bij gekomen. Studenten en scholieren kunnen op universiteit en school initiatief nemen, werknemers op hun werk.”

© Patrick Post.

Moet het dan alleen over fairtrade gaan, of ook over biologische, ecologische of streekproducten – de lijst van duurzaamheid is lang.
“Dat is waar. Er zijn veel dilemma’s: moet ik spullen bij mij om de hoek vandaan kopen, waarvoor geen lange, energievretende vliegreis nodig is; of die uit Latijns-Amerika of Afrika, wat wel kerosine kost maar waarbij je de bevolking daar helpt? Die afwegingen kun je niet als individuele consument maken, daarvoor is het probleem te veelomvattend.

Misschien kun je met mensen uit je buurt of je werk er wel voor zorgen dat de groentewinkel in de wijk ‘s winters geen frambozen meer uitstalt. Dertig jaar geleden keken we raar op bij frambozen in december. Door ze niet aan te bieden, neemt ook de behoefte af.”

Waar moeten al die discussies plaatsvinden?
“Overal, in het buurtcafé, het wijkcentrum, op de sociale media, noem maar op. Ook kranten kunnen hierbij een rol spelen: de plofkip werd door de pers ineens inzet van een enorme maatschappelijke discussie. Je leest in de krant ook vaak leuke ideeën, zoals: geef juist niet-duurzame producten een keurmerk, dus precies het omgekeerde van wat er nu gebeurt.”

U haalt filosofen en denkers van naam en faam aan om uw betoog kracht bij te zetten.
“Discussies tussen filosofen helpen je je eigen ideeën te analyseren. Zo maant Nietzsche ons niet vanuit een slecht geweten dingen te doen. Hij zou vinden dat we geen fairtrade koffie uit Indonesië moeten kopen om ons schuldgevoel over ons koloniale verleden af te kopen.

De Franse denker Michel Foucault lijkt zich hierbij aan te sluiten als hij zegt ‘Alles is verloren als je begint met de zorg voor anderen’. Je moet beginnen om goed voor jezelf te zorgen.

Dat klinkt egoïstisch, maar dat is het niet. Als je echt voor jezelf zorgt, ontdek je onvermijdelijk dat je leven verbonden is met dat van anderen. Je handelt niet vanuit een slecht geweten, maar vanuit de gewaarwording dat je acties consequenties hebben.”

U ruimt een heel hoofdstuk in voor Peter Sloterdijk. Wat heeft deze Duitse cultuurfilosoof te maken met fairtrade?
“Hij werkt een punt uit waaraan Foucault door zijn dood niet meer toekwam: niet alleen individuen moeten voor zichzelf zorgen, maar ook groepen mensen, of zelfs hele samenlevingen. Sloterdijk laat zien hoe groepen mensen de plaats waar ze wonen of werken proberen te beschermen tegen dreigingen van buitenaf.

In mijn boek bespreek ik het voorbeeld van een universiteit in de Amerikaanse staat Montana waar studenten zich collectief verzetten tegen de niet zo ethische onderneming Nike. Die fabrikant produceerde tot dan toe de befaamde college-sweater met het universiteitslogo. De studenten, die zich realiseerden dat die kleding verbonden was met het leven van mensen aan de andere kant van de wereld, dwongen de universiteit te kiezen voor leveranciers die wel aan ethische eisen voldeden. Dat voorbeeld breidde zich uit naar andere Amerikaanse universiteiten, het werd een heel netwerk. Zonder Sloterdijk was ik er niet opgekomen om zulke voorbeelden te zoeken.”

Duurzaam is vooral duur, en daardoor elitair. Van Volkskrant-columniste Sylvia Witteman is het bon mot dat je bij de duurzame supermarkt Marqt voor 100 euro boodschappen aan één vinger naar huis kunt dragen.
“Fairtrade dreigt inderdaad elitair te worden. Dat is vreselijk. Marqt zegt dat ze graag afwil van dat elitaire stempel. De vraag is natuurlijk hoe. Aan de ene kant zijn veel niet-duurzame producten simpelweg te goedkoop omdat ze gemaakt worden door fabrieksarbeiders in bijvoorbeeld Bangladesh, die tegen een hongerloon veel te lange dagen maken in onveilige gebouwen. Daarnaast misbruiken sommige producenten de etiketten duurzaam, fairtrade, ecologisch of biologisch om de prijzen flink op te schroeven. Fairtradeproducten hoeven niet duurder te zijn, maar ik geef toe: dat zijn ze vaak wel.”

Voor veel mensen geeft de portemonnee de doorslag, en dan komen ze uit bij de Aldi. U roeit met uw pleidooi tegen de stroom op.
“De afgelopen jaren was het klimaat niet gunstig. Door de crisis gingen de consumenten extra op hun uitgaven letten, ze hadden minder te besteden. Maar we zijn bezig uit het dal te klimmen. Met mijn boek wil ik mensen niet vertellen naar welke winkel ze moeten gaan en wat ze daar moeten kopen, dat doen marketeers al.”

Welk doel wilt u er wel mee bereiken?
“Ik wil laten zien dat fairtrade geen individueel, maar een publiek probleem zou moeten zijn. Ik wil consumenten laten inzien dat ze te veel verantwoordelijkheid opgedrongen krijgen, en dat ze zich in collectieven moeten gaan organiseren.”

Uw ideaal is supermarktketens met alleen maar verantwoorde, eerlijke producten.
“Dat zou de keuzestress aanzienlijk verminderen. Je hoeft dan niet meer te kiezen tussen Max Havelaar en het huismerk, en je hoeft niet meer te aarzelen tussen de Wereldwinkel, de biologische winkel en de markt met streekproducten – alles is in één winkel te koop.

Ik hoop nog mee te maken dat we tegen elkaar zeggen: ‘Weet je nog dat je bij de supermarkt ook koffie kon kopen waarvan je wist dat mensen ervoor werden uitgebuit?’ Zoals we nu wel eens aan elkaar vragen of we ons nog kunnen herinneren dat je in treinen rookcoupés had, en in restaurants mocht roken.”

Dat zullen de Wereldwinkels leuk vinden.
“Het doel van de Wereldwinkels is niet om zoveel mogelijk mensen over de vloer te krijgen; hun doel is te zorgen voor meer eerlijke productie en consumptie. Van veel sociale bewegingen is het uiteindelijke doel zichzelf op te heffen wegens bereikt resultaat.”

Gaat het ervan komen, die supermarktketen met alleen maar eerlijke producten?
“Ik ben bang van niet. Maar het gevoel dat je het eindstation nooit bereikt wil niet zeggen dat je daarom niet moet proberen er dichterbij te komen. En dat zullen we zeker doen, dichterbij komen.”

Kun je een betere wereld kopen, zoals de titel van uw boek luidt?
“Nee, maar de manier waarop we kopen in de wereld kunnen we wel verbeteren.”

Van consumentenberechting tot woekerproduct, opiniestuk Volkskrant 6 maart


Sinds vorige week is het er: het nieuwe woord voor alle producten die niet door onze morele beugels kunnen. Of het nu gaat om niet eerlijk betaalde rijst, door kinderen gemaakte T-shirts of om meubels van waaibomenhout, het zijn allemaal… woekerproducten. Duizenden Nederlanders deden mee aan de prijsvraag om een naam te verzinnen voor een keurmerk – of ‘treurmerk’ – voor al die producten die supermarkten schaamteloos in hun schappen blijven leggen. We hadden al keurmerken die producten die ‘eerlijk’ of ‘duurzaam’ zijn onderscheiden van ‘normale’ producten. Maar, zo vroeg initiatiefnemer Gustaaf Haan zich af: moet het niet juist andersom? Moet duurzaam niet het nieuwe normaal zijn?

Wie is er verantwoordelijk?

Het initiatief van Haan roept vragen op over de manier waarop we over duurzaamheid en fairtrade denken: ligt de verantwoordelijkheid bij de producent, de winkelier of bij de consument? Jarenlang is de consument een moreel complex aangepraat. Door bepaalde producten te kopen, draagt hij bij aan een betere wereld, terwijl de aanschaf van andere producten bepaalde misstanden in stand zou houden. Er zijn echter vraagtekens te stellen bij dit model van consumentensoevereiniteit. Acties van de afgelopen jaren die vergelijkbaar zijn met die van Haan laten zien dat er behoorlijk wat veranderd is in ons denken over dit soort verantwoordelijkheidsvragen. Daarom een terugblik.

2004: Teun van de Keuken, destijds redacteur van het programma Keuringsdienst van Waarde, wilde zich laten arresteren voor het eten van zeventien repen chocola. De chocola zou geproduceerd zijn door kindslaven, en daar voelde hij zich niet lekker bij. Hij vond zichzelf als consument schuldig aan heling: het verwerven van een goed, waarvan duidelijk is dat het afkomstig is van een misdrijf. Zijn boodschap was duidelijk: de consument moest zijn verantwoordelijkheid nemen. De politie nam zijn aangifte echter niet serieus en geen rechter wilde hem vervolgen.

2014: Van de Keuken probeert de verantwoordelijkheid bij de producent neer te leggen. Hij heeft inmiddels het ‘slaafvrije’ chocolademerk Tony’s Chocolonely op de markt gebracht. Daardoor weet hij als geen ander hoe moeilijk het is om als producent waar te maken wat het stempel op je verpakking suggereert. Maar dan neemt Van de Keuken toch maar weer een voorbeeld aan de slager bij hem op de hoek, die ook weet waar hij zijn mosterd haalt. Voor een kleine slager is dat al lastig, voor bedrijven die hun ingrediënten van de andere kant van de hele wereld halen is het nog lastiger. ‘Hun probleem, zou ik zeggen’, aldus Van de Keuken. Het valt te betwijfelen of producenten daarover ook zo denken. Douwe Egberts wilde bijvoorbeeld beslist niet uit eigen beweging een fairtrade-koffielijn introduceren.

2015. We zijn terug bij Gustaaf Haan. Die richt zijn pijlen noch op consumenten, noch op producenten. In plaats daarvan kijkt hij winkeliers aan. Hij vindt het bizar dat supermarkten bijvoorbeeld de slaafvrije chocola van Tony zomaar naast ‘slaafvolle’ verkopen. Maar de realiteit is dat supermarkten niet uit zichzelf verduurzamen. Zelfs niet onder lichte druk. De oprichters van Max Havelaar kregen in 1988 Albert Heijn bijvoorbeeld niet zo ver om de nieuwe koffie in de schappen te gaan zetten

Collectief probleem

Uiteindelijk keren de meeste pleitbezorgers van eerlijke producten toch weer terug bij de consument. Van de Keuken en Haan zijn geen uitzondering. In de toekomst die Haan – met een ironische knipoog – schetst, zijn de normale producten in de winkel duurzaam en eerlijk, en is de rest woekerproduct. Uiteindelijk is het aan de consument om ervoor te zorgen dat de grootgrutters meer goede dan slechte producten in de schappen gaan leggen.

De enige oplossing is om de verantwoordelijkheid te verdelen. Om er een collectief probleem van te maken in plaats van een probleem van de individuele consument, producent of winkelier. Denk aan het samen optrekken van consumenten met producenten die duurzaam of fairtrade leveren. De oprichters van Max Havelaar slaagden er weliswaar niet in hun koffie in de schappen van Albert Heijn te krijgen, maar consumenten lukte dit wel. Ze begonnen er massaal naar te vragen, waardoor Heijn wel door de knieën moest. Er ontstond een onuitgesproken partnerschap tussen activistische ondernemers en consumenten. Dat soort allianties mogen best meer uitgesproken worden.

Denk ook aan situaties waarin consumenten samen met lokale aanbieders zorgen dat klanten geen keuzes meer hoeven maken. Zorg er bijvoorbeeld met buurtbewoners voor dat het koffiehuis op de hoek alleen chocola van Tony verkoopt, regel met collega’s dat de kantine op het werk alleen nog Max Havelaar schenkt. Consumenten, producenten, winkeliers, activisten, overheden en certificeerders zullen moeten samenwerken. En als het mee zit, komt de consument ook nog een keer van zijn morele complex af.

Lees het artikel op de pagina van de Volkskrant