Interview De Standaard: ‘De wereld verbeter je niet door te shoppen’


Klik hier voor het originele artikel
Wouter Mensink
© Frederik Buyckx

Fair tradekoffie, kleren uit duurzaam katoen en groenten van de biomarkt: van de Nederlandse filosoof Wouter Mensink mag u ze gerust kopen, maar de wereld redt u er niet mee. ‘De consument mag niet de scheidsrechter van het systeem zijn.’

Zijn uitstapjes naar de winkel duren langer dan gemiddeld: zo veel mogelijk fair trade kopen en desnoods drie apps vergelijken om te achterhalen in welke omstandigheden producten gemaakt zijn. De Nederlandse filosoof Wouter Mensink is het prototype van de bewuste consument. Maar of al dat bewust winkelen de wereld ook echt zal verbeteren, daar heeft hij twijfels over. Volgens Mensink wordt de consument te veel ingezet als scheidsrechter, die met zijn aankopen de problemen aan de andere kant van de wereld maar moet oplossen.

‘Maar dat werkt niet’, zegt hij. ‘Een Nederlands onderzoek heeft aangetoond dat slechts vijf procent van de Nederlanders consequent voor duurzame producten kiest. Kijk naar fair tradekoffie, het pioniersproduct van eerlijke handel: na al die jaren wordt nog steeds maar één procent van alle koffie eerlijk verhandeld. Dan kun je je afvragen hoe effectief het is om via consumptie een betere wereld na te streven.’

‘Het verhelderendste vond ik een citaat van (academicus en voedselactivist, red.) Raj Patel: geen ­enkele structurele verandering in ­­de wereld is ooit bereikt door te winkelen.’

Nochtans kopen steeds meer mensen bewust, als verzet tegen het systeem. Maar u ­citeert Slavoj Zizek: mensen die fair trade kopen, zijn eigenlijk de ultieme neoliberalen.

‘Daar begin ik tegenwoordig graag lezingen mee (lacht). Het is wat plagerig, maar er zit een kern van waarheid in. De consumptiemaatschappij draait rond het idee dat kopen de manier is om problemen op te lossen. De individuele consument stuurt de markt wel de juiste richting uit. Maar zo krijgt hij wel heel veel verantwoordelijkheid op zijn schouders. En als ­hij er niet om vraagt, hoeven ­bedrijven ook niet duurzaam te produceren.’

‘Er bestaat van alles om dat systeem mogelijk te maken: labels, apps, tv-programma’s, de consumentenbond. Alles om ervoor te zorgen dat jij met je euro een stem kan uitbrengen en de wereldmarkt een bepaalde kant op stuurt. Ook fair tradebedrijven gaan in hun marketing mee in dat systeem: “met deze aankoop verbetert u het leven van een koffieboer”.’

Te voet door de jungle

Het is toch niet slecht om te willen weten waar een product vandaan komt?

‘Zeker niet, maar zou het niet fijn zijn als je dat niet hoefde te weten? Zo is er een documentaire, Blood in the mobile, waarin een man wil achterhalen of er coltan uit Congolese slavenmijnen in zijn smartphone zit. Hij wordt de ultieme consument en reist naar Congo om het zelf uit te zoeken, met het vliegtuig, de bus, de brommer en uiteindelijk te voet door de jungle. De film heeft iets ironisch in zijn extreme opzet: als je voor alles wat je koopt, moet achterhalen waar het vandaan komt, ben je best wat tijd kwijt. Erover nadenken is goed, maar het zou fijn zijn als je erop kon vertrouwen dat het product sowieso oké is.’

Keurmerken proberen een leidraad te zijn, maar daar hebt u geen hoge pet van op.

‘Het is dubbel, want ik let ook op keurmerken. Maar het is goed om te beseffen dat keurmerken een rol spelen in het systeem waarbij consumenten de scheidsrechter van de wereld moeten zijn. En efficiënt zijn ze alvast niet. Een ambtenaar vertelde me dat er alleen al voor voedsel 79 keurmerken zijn. Dat is toch totaal idioot? Een bedrijf als Hema drukt een groen blaadje op een label, waarop de consument denkt: “aha, ecologisch”. Terwijl het niet meer is dan een blaadje op een label.’

‘Maar ingrijpen doet de overheid niet, want de markt is vrij. Ze hoopt hooguit dat een kritische ngo ons kan vertellen welke keurmerken deugen en welke niet. Een keurmerk voor keurmerken dus. Belachelijk, toch?’

Kortom: de overheid moet ervoor zorgen dat elk product in de rekken een verantwoorde aankoop is?

‘Ze moet daar in elk geval een grotere rol in spelen. Dat kan natuurlijk niet van de ene dag op de andere. Maar ik hoop dat we over dertig jaar terugkijken en zeggen: weet je nog dat je in de supermarkt slaafvrije chocolade kon kopen, naast chocolade die door slaven gemaakt werd? Dat was toch gek?’

En de consument? Die mag stoppen met eerlijk te consumeren?

‘Nee, het is zeker niet de bedoeling dat je gaat achteroverleunen en niets doen. Ik wil niemand vertellen wat hij wel of niet moet doen. Maar als je dan toch bewust koopt, kun je ook eens nadenken welke rol je speelt in dat systeem, welke marketingmechanismen jou sturen en of je geen andere rol kunt opnemen dan alleen maar kopen. Burgers kunnen zich verenigen in netwerken, kunnen druk zetten op de overheid of het bedrijfsleven, het publiek debat voeren over wat we wel en niet in onze winkels willen.’

‘De nadruk van engagement is te veel op consumeren komen te liggen. Ook bij organisaties trouwens. Kijk naar de Wereldwinkels: vaak zijn dat vooral plekken waar je leuke, exotische cadeautjes koopt, in plaats van ruimtes waar je kan bijleren en je aansluiten bij een politieke beweging die druk kan zetten op de overheid.’

Vraagt dat niet net nog meer verantwoordelijkheid van de consument?

‘Niet noodzakelijk. Een groep Amerikaanse studenten kreeg het bijvoorbeeld gedaan dat hun universiteit alleen nog zaken deed met bedrijven die zich aan bepaalde normen hielden. Daardoor hoeven alle andere studenten zich niet langer het hoofd te breken welke producten ze het beste kopen. Niet iedereen hoeft activist te worden, alleen zien we nu vaak nog heel veel mogelijkheden over het hoofd.’

Elitair

Hoe zorg je dat daar meer mensen bij betrokken raken? Initiatieven rond duurzaamheid hebben nog een elitair imago.

‘Klopt, en dat is best lastig. In ­Nederland heb je winkels als Marqt en Ekoplaza, waar veel producten fair trade of duurzaam zijn. Dat is alvast beter dan slaafvrije chocolade naast gewone repen leggen. Maar vaak zijn het ook heel elitaire winkels, waar een bepaald slag hoogopgeleiden loopt waarbij ik me ook niet erg plezierig voel. De breuklijn in de maatschappij loopt al door het onderwijs en de arbeidsmarkt, komen we elkaar nu ook al niet meer tegen bij de boodschappen? Uiteindelijk wil je een gewone winkel waar iedereen binnen kan lopen, elkaar kan ontmoeten en de producten kan betalen.’

‘Toch hoeft duurzaam niet elitair te zijn. Kijk naar Aldi: vorig jaar hadden ze daar fair tradekatoen ingevoerd en dat was blijkbaar in één klap uitverkocht.’

Loopt u zelf met een schuld­gevoel door de winkel?

‘Ja, toch een beetje. Ik drink bijvoorbeeld sojamelk omdat ik ­lactose-intolerant ben, maar de bioversie laat ik staan, want die is twee keer zo duur. Sommige producten kosten meer omdat ze de productiekosten weerspiegelen, maar bij andere is de prijs hoger dan nodig omdat bedrijven denken dat een bepaalde elite het wel zal betalen. Als consument weet ­je niet hoe het zit. En dan voel ik ­me toch een beetje rot bij mijn keuze.’

Advertisements

One thought on “Interview De Standaard: ‘De wereld verbeter je niet door te shoppen’

  1. Pingback: Over fair trade, feel good labels en luie ecologie ∴ Aardling

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s